Tentoonstellingen aanmelden

400 jaar Waterlooplein ontrafeld
Edo Dijksterhuis

Kunstcriticus

  • 2 weken geleden
  • Recensie
  • Geschiedenis en wetenschap

Op de huidige plek van het gigantische Stopera-complex stond vroeger de Amsterdamse Jodenbuurt. Het Joods Historisch Museum pelt vierhonderd jaar geschiedenis af, van grauwe stegen tot hippiemeisjes. 

De tentoonstelling Waterlooplein – de buurt binnenstebuiten begint en eindigt met een filmpje waarin de camera vanaf de Kloveniersburgwal, door de Staalstraat naar het Waterlooplein beweegt. Het eerste fragment, geschoten in 1980, eindigt op een desolate vlakte. In het tweede staat op die plek het huidige complex van stadhuis, muziektheater en ondergronds metrostation.
De tentoonstelling tussen de twee filmpjes besteedt uitgebreid aandacht aan de stadsvernieuwing die dit stukje stad veertig jaar geleden ingrijpend veranderde. Maar nog meer gaat het over de vierhonderd jaar geschiedenis die eraan voorafging, toen de Waterloopleinbuurt samen met Rapenburg, Marken en Uilenburg de Jodenbuurt van Amsterdam was. Met archeologische vondsten, foto’s, archiefstukken en gebruiksartikelen wordt zij tot leven gewekt. Rode draad zijn de biografietjes van voormalig bewoners, van de zeventiende-eeuwse gokbaas Jan Sabbatai Sena tot de Caribische Joseph Sylvester, die begin twintigste eeuw buurtbewoners Babajabatandpasta verkocht en hen leerde poetsen. Het geheel vormt een compacte maar uiterst boeiende tentoonstelling met veel lagen en verhalen. 

Emmy Andriesse, Uitgestalde koopwaar met spiegel, Amsterdam, 1949, collectie Joods Historisch Museum

Ruïnes
Vlooienburg, zoals de Waterloopleinbuurt eigenlijk heet, ontstond in 1593 door aanplemping in het ondiepe deel van de Amstel. De nieuwe buurt was al snel in trek bij Portugese joden die hun eigen land waren uitgejaagd. Daar kwamen later migranten uit Duitsland en Oost-Europa bij, waardoor de wijk voor ruim de helft Joods werd. De rest bestond uit de toen nog kleine zwarte gemeenschap van Amsterdam, katholieken, Deense huishoudsters en kunstenaars als Rembrandt, die er een tijdje woonde en werkte. In de achttiende en negentiende eeuw sloeg de verpaupering toe. In de tentoonstelling figureren ongezond uitziende kinderen in grauwe steegjes op levensgroot opgeblazen foto’s uit 1899. In beerputten zijn vooral graten gevonden van schol en bot, toen de goedkoopste vissen.
De Tweede Wereldoorlog was de doodsteek voor de buurt. In het register van de dienst marktwezen staat achter bijna alle namen ‘n. Dld.’, naar Duitsland, en vrijwel niemand kwam terug van de vernietigingskampen. In de hongerwinter van 1944-45 werden deuren, kozijnen en vloeren uit leegstaande woningen gesloopt om op te stoken, waardoor een ruïneachtige landschap ontstond. Ed van der Elsken, Emmy Andriesse, Philip Mechanicus en Cas Oorthuys legden na de bevrijding de ontzieling vast in nietsverhullende foto’s. Toen begin jaren ’50 werd besloten tot sloop van de wijk, voelde dat voor de Joodse gemeenschap alsof ze voor de tweede keer werd weggevaagd. Maar ook krakers verzetten zich: Stopera stond in die dagen niet voor de samentrekking van Stadhuis en Opera maar van Stop en Opera. Op een honderd meter lange schutting rond de bouwput, waarvan een stukje in de tentoonstelling te zien is, gaf street artist Hugo Kaagman uiting aan de onvrede. 

Hugo Kaagman, Schuttingproject Waterlooplein (panelen 4 t/m 6), maart 1983 – juli 1984, collectie Amsterdam Museum

Jas van gordijnstof
Maar er zijn ook vrolijker verhalen te vertellen over het Waterlooplein, vooral over de markt die ontstond toen in 1892 twee grachten werden gedempt. Het werd meteen een trekpleister met vaste kooplui als Brutale Coba, die haar bijnaam dankte aan de gewoonte haar vissen met een rietje op te blazen zodat ze er verser uitzagen. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde het Waterlooplein zich tot nationale vlooienmarkt. In een aandoenlijk zwart-witfilmpje vertelt een hippiemeisje hoe ze er een jas van gordijnstof op de kop tikte. En in kostelijke opnamen die schrijver Gerard Reve in 1961 maakte met een verborgen camera, stuit hij op een partij schoenen met louter linker exemplaren.
De markt functioneert tot op de dag van vandaag. Toch kondigde de gemeente in 2017 aan minder kooplui en metalen opberghokken te willen. De sjacheraars, opkopers en dealtjesmakers kwamen meteen in opstand en het plan ging op de lange baan. De geschiedenis van het Waterlooplein duurt voort en zal altijd bewogen blijven. 

Ed van der Elsken, ‘Waterlooplein’, ca. 1965, print door Hans Bol in 2014

Waterlooplein de buurt binnenstebuiten’, t/m 28 februari in het Joods Historisch Museum, Amstedam, MK geldig, www.jck.nl 

Hoofdbeeld: Prentbriefkaarten met kinderen op de stoep in de Uilenburgerstraat, ca. 1910 (links) en de Jodenhouttuinen in de Amsterdamse Jodenbuurt, ca. 1918 (rechts).

Reageer op 400 jaar Waterlooplein ontrafeld

Dit veld is verplicht Vul een geldig emailadres in
Dit veld is verplicht
Er zijn 8 reacties op 400 jaar Waterlooplein ontrafeld
  1. Karin Bekker

    Ik ben in 1958 geboren en groot geworden op de Zwanenburgwal, met plezier zal ik deze tentoonstelling bezoeken

  2. Rina Hilarius

    Op de hoek van de Amstel en de Zwanenburgerwal, waar nu van Dantzig zit, was in de jaren ’60 het gebouw van gemeentelijke Bouw- en Woningtoezicht gevestigd op adres Amstel 1, nog een echte straat. Ik heb daar 3 maanden gewerkt in mijn praktijkjaar van de HTS. Vanuit de vele ramen had je mooi uitzicht op de gracht waar veel dames van plezier huisten. Er werkte op de afdeling alleen mannen! (ik was het enige meisje). En in de lunchpauze natuurlijk een rondje over het Plein.

  3. Peter H. TOXOPEUS

    Het plein waar ik in mijn jeugd zo vaak heb lopen scharrelen op zoek naar mooie dingen en later naar boeken en wat niet al.