Tentoonstellingen aanmelden

A Grey Lady blogt (3): Breitner vs Israels in Kunstmuseum Den Haag
A Grey Lady

  • 1 jaar geleden
  • Blog
  • Beeldende kunst

A Grey Lady ofwel Miriam van der Meer is een grijze dame van midden zestig met praatjes. Als kunstomnivoor bezoekt zij regelmatig tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Op haar kleurrijke website agreylady.nl deelt ze haar mening over al die tripjes, in klare taal. Elke eerste dinsdag van de maand publiceert Museumtijdschrift een van haar actuele blogs, deze keer over ‘Breitner vs Israels’ in Kunstmuseum Den Haag.

Laat ik niet overdrijven. Want nee, het was geen ‘spit battle’. Toch was er wel degelijk sprake van een flinke portie rivaliteit. Bij kunstenaars blijkt er soms net zo goed sprake te zijn van competitie, broodnijd en geldingsdrang (ook hén is niks menselijks vreemd), zo blijkt uit de expositie ‘Breitner vs Israels, Vrienden en rivalen’ die te zien is in Kunstmuseum Den Haag. Onderzoeker en samensteller Frouke van Dijke kan smakelijk vertellen over de tweestrijd tussen beide leden van de ‘Tachtigers’ (zo blijkt ook uit de door haar geschreven catalogus). Tijdens de press viewing luisterde ik geboeid naar de leuke anekdotes en begaf mij vervolgens naar het ‘strijdperk’ van deze artistieke krachtmeting in de zalen van het Haagse museum. Kijk je mee naar een titanenstrijd?

George Hendrik Breitner, ‘Zelfportret’, ca. 1888

Isaac Israels, ‘Zelfportret in atelier’, z.j.

Broodnijd
“Ik gooi de handdoek in de ring!” Iets van die strekking* moet Israels verzucht hebben toen hij, in het voorjaar van 1892, een schilderij van Breitner – een groot stadsgezicht van een besneeuwd Amsterdam – in de etage van een kunsthandel zag hangen. Geef mijn portie maar aan Fikkie. Ik kap ermee… Tien jaar daarvoor waren de rollen nog omgedraaid: toen moest de zeven jaar oudere Breitner met broodnijd toezien hoe het broekventje – Israels op 16-, 17-jarige leeftijd – furore maakte. En niet alleen in de vaderlandse kunstscene: Israels had al in 1882 zijn eerste Salontentoonstelling in Parijs.
Competitie en wedijver blijken lange tijd belangrijke componenten te zijn geweest in de relatie tussen Isaac (Lazarus) Israels (1865-1934 en ‘zoon van’) en George Hendrik Breitner (1857-1923). Gedurende hun hele carrière hebben deze twee elkaar benijd en uitgedaagd, maar ook bewonderd en geïnspireerd en dankzij die ‘jalousie de métier’ het beste in elkaar naar boven gehaald. De heren werden blijkbaar heen en weer geslingerd tussen hun eigen onzekerheden én het vertrouwen in eigen kunne. Tenminste? Dat is de uitkomst van het onderzoek dat kunsthistoricus en curator Frouke van Dijke deed naar de intermenselijke relatie tussen deze twee tijdgenoten en vakbroeders, in Amsterdam zelfs enige tijd buren. De heren spraken zelf ook in ‘competitieve’ termen. “Een ‘gespierd’ schilderij; een ‘opdonder’ krijgen als je verrast wordt door andermans kwaliteiten, van die dingen (en wat is dat oude Nederlands toch rijk aan beeldspraak).
* “Ik dacht, ik schei er mee uit, tegen zulk werk kun je toch niet opschilderen”, schreef Israels aan een vriend.

Breitner komt naar voren als een temperamentvolle (jonge)man die barstte van het lef en potentie. Wild en onbehouwen en werkend uit de losse pols. Afkomstig uit een ondernemersmilieu zonder veel culturele bagage. Hij was dan ook behoorlijk afgunstig op het elitaire, kunstzinnige milieu waar Israels toe behoorde. Die was belezen, welbespraakt en een geweldig tekenaar. De ‘grote belofte’. Zijn “perfecte uitvoering maakte zijn werk virtuoos, maar soms ook een beetje bloedeloos.” En Israels was ook nog eens de zoon van de succesvolle Jozef Israels, (dus) kroonprins van de Nederlandse schilderkunst. Maar elk voordeel heb zijn nadeel: Israels had juist last van ‘de wet van de remmende voorsprong’ (zoals vaak het geval is bij beroemde ouders). Voor hem gold die kruiwagen eerder als belemmering. Hoe kun je je in hemelsnaam losmaken van zo’n beroemde vader? Vandaar dat Israëls, op zijn beurt, Breitner bewonderde en niet alleen om zijn schilderachtige vrijheid: hij keek hoog naar hem op. Dus over en weer: beide schilders beschouwden zichzelf als de zwakkere broeder.

George Hendrik Breitner, ‘Cavalerie, 1883-1888

Isaac Israels, ‘Portret van Afrikaanse soldaat, KNIL-militair (waarschijnlijk Jan Kooi), z.j.

Elk voordeel heb zijn nadeel
Zowel Breitner (van oorsprong Rotterdammer) en Israels (Amsterdammer, maar de rivaliteit tussen 010 en 020 schijnt dan weer geen rol te hebben gespeeld) woonden aanvankelijk in Den Haag en gingen daar ook naar de Rijksacademie. Niet voor lang: Breitner werd er weggestuurd (wegens wangedrag: “nadat hij uit frustratie het ingelijste schoolreglement aan diggelen gooide”), Israels slechts enkele jaren (van 1880 tot 1882) en aanvankelijk legden beiden zich toe op het schilderen van militaire thema’s. “Rond 1886 verhuisden zowel Breitner als Israels naar Amsterdam en beiden vonden in de snelgroeiende stad hun inspiratie. De twee schilders bewogen zich in dezelfde kringen, schilderden dezelfde thema’s en verruilde Israëls zijn tekenachtige stijl voor de losse toets van Breitner.”
Ze wilden kunstschilders van het ‘volk’ zijn en die door hen gekozen rol had socialistische trekken. “Zij wensten verslag te doen van het stadsleven in al haar schitterende lelijkheid.” De afbraak van de krotwoningen, de bouw van nieuwe wijken, werkmannen en fabrieksmeiden, ‘vrouwen van laag allooi’ en dienstbodes op straat.

Hun benadering was heel verschillend. Israels zou de betere tekenaar zijn geweest: “alles wat hem voor de neus kwam – of dat nu dames in het theater, spelende kinderen op straat of arbeidersvrouwen in de fabriek waren – hij vereeuwigde hen met fabelachtig gemak.”
Breitner zou meer hebben nagestreefd. “Er zit iets hoekigs en ook verbetens in de schetsen die hij maakte van paarden en sloopwijken. Het kwam hem allemaal niet aanwaaien en dat zie je (…).” Het draait om de meest individuele uiting van emoties, impressies en waarnemingen. “Deze nadruk op authenticiteit werkt zowel vernieuwing als onderlinge rivaliteit in de hand.”

George Hendrik Breitner, ‘Gemberpot met witte tulpen, 1882

Isaac Israels, ‘De Nieuwe Kerk te Amsterdam, Dam bij avond (stadsgezicht), ca, 1887

Zaaloverzicht

Smeuïge details
“Hebben Israels en Breitner elkaar met hun rivaliteit gegijzeld en geremd, of juist geprikkeld en gestimuleerd? Onderlinge wedijver heeft veel van hun vrienden bijna de kop gekost, maar dankzij hun eigen unieke talent hebben deze twee schilders bovenal heel wat aan elkaar te danken. En wie de winnaar van deze artistieke bokswedstrijd is? Dat mag u zelf beoordelen!” Aldus luidt de oproep van het Haagse Kunstmuseum. Aan het einde van de vertoning krijg je zelfs de mogelijkheid om op één van beide kunstschilders te stemmen: wie was de beste?
In de tentoonstelling nogal wat smeuïge (nou ja, smeuïg?) details. Meningsverschillen die worden uitgevochten in de jonge vriendengroep van schrijvers (Willem Kloos, Lodewijk van Deyssel) en schilders, bekendstaand als de Tachtigers. Slaande ruzies – vaak met ‘vrouwelijk schoon’ als aanleiding, gekwetste ego’s, ziekenhuisopnamen wegens geslachtsziekten. (Dus) flink wat roddel en achterklap en RTL Boulevard is er niets bij…

“De artistieke bokswedstrijd (tussen Breitner en Israels) kent (…) uiteindelijk alleen maar winnaars.” En zo is met maar net. Het zijn onvergelijkbare grootheden. En waarom zou je een van de twee eruit pikken? Je kunt toch ook niet kiezen tussen twee van je kinderen…? Eén puntje. Leuk, die vergelijking met een bokswedstrijd (bij de entree liggen ook bokshandschoenen), maar het is niet helemaal duidelijk hoeveel ronden de heren daadwerkelijk ‘in de ring’ hebben gestaan. In het persbericht is er sprake van vijf; op zaal zie ik een tekstbordje met ‘de zevende ronde’ en in de catalogus zijn de hoofdstukken onderverdeeld in tien ronden (is hier sprake van spelbederf?). Maar ja, kniesoor (wie daar op let). Zoals gezegd: de wedkamp is wat mij betreft onbeslist. A draw. Geen van beiden is knock-out gegaan. Integendeel. Hier een fangirl.

George Hendrik Breitner, ‘Meisjes in de sneeuw, ca. 1894

Isaac Israels, ‘Twee meisjes op de Lijnbaansgracht te Amsterdam, 1894

Breitner vs Israels, Vrienden en rivalen’, t/m 10 mei in Kunstmuseum Den Haag, MK geldig, www.kunstmuseum.nl

Hoofdbeeld: Breitner, ‘Meisje in witte kimono’, ca. 1895
Alle beelden: Miriam van der Meer, agreylady.nl


Reageer op A Grey Lady blogt (3): Breitner vs Israels in Kunstmuseum Den Haag

Dit veld is verplicht Vul een geldig emailadres in
Dit veld is verplicht

Uw reactie wordt gepubliceerd onder dit artikel en kan gebruikt worden in het tijdschrift.

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.

Er zijn 2 reacties op A Grey Lady blogt (3): Breitner vs Israels in Kunstmuseum Den Haag
  1. Jetske

    Miriam: je verhaal nodigt echt uit om naar deze tentoonstelling toe te gaan! En dat ga ik als ik in de buurt van Den Haag ben zeker doen.