In Museumtijdschrift leest u in elke editie over de mooiste en meest bijzondere tentoonstellingen van het moment. Wie zijn de mensen achter de tentoonstelling? Welke keuzes maken zij, welke uitdagingen komen op hun pad? Deze week: Renske Cohen Tervaert, conservator van het Kröller-Müller Museum. Ruim drie jaar werkte ze aan ‘Mooi oud’, met de 100 mooiste oude tekeningen uit de collectie van Helene Kröller-Müller. “We krijgen een inkijkje in het hoofd van de kunstenaar, dichterbij komen we niet.”

Wat was de aanleiding van deze tentoonstelling?
“Er bestond al langer een wens om meer onderzoek te doen naar de werken uit de Kröller-Müllercollectie die te dateren zijn voor 1850, met name naar de aanzienlijke collectie tekeningen. Deze verzameling, die rond de duizend bladen telt, is grotendeels door Helene Kröller-Müller samengebracht. Ondanks een aantal publicaties die na de opening van het museum in 1939 verschenen zijn is dit collectie-onderdeel onbekend gebleven, niet alleen voor het grote publiek maar ook onder specialisten. Door de voorbereidingen voor de tentoonstelling ‘Het leven getekend: Werk op papier 1850-1950’ in 2017 kwam het onderzoek naar de tekeningencollectie weer op de voorgrond. Rond dezelfde tijd sprak ik met Yvonne Bleyerveld, senior conservator teken- en prentkunst van het RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, en met haar inhoudelijke steun kon de basis worden gelegd voor de tentoonstelling en de bijbehorende publicatie ‘Mooi oud’.”

Zaaloverzicht, foto: Marjon Gemmeke

Wat was de grootste uitdaging tijdens het maken van deze tentoonstelling?
“Gelukkig was het project al ruim een jaar op gang bij de start van de coronacrisis. Toch denk ik dat naast de meer gangbare uitdagingen van het maken van een tentoonstelling, vooral het thuiswerken en het sluiten van de musea, archieven en bibliotheken de grootste uitdagingen waren. Hierdoor moest gebruik worden gemaakt van niet alleen de persoonlijke bibliotheken en archieven van de leden van het onderzoeksteam, maar ook die van collega’s die niet betrokken waren bij het project. Bij elke voorbereiding van een tentoonstelling is het uitwisselen van kennis en samenwerking binnen en buiten het museale veld van groot belang, maar de vindingrijkheid, de flexibiliteit en de generositeit die ik heb mogen ervaren de afgelopen twee jaar, wil ik hier toch niet onbenoemd laten.”

Il Cigoli, studies voor ‘Jaël en Sisera’, 1597-1603

Wat vindt u het bijzonderste stuk in de tentoonstelling?
“Dat is een moeilijke vraag, vooral omdat de tekeningen zo gevarieerd zijn en allemaal om een andere reden een bijzonder verhaal met zich meedragen. Als ik uit mijn favorieten er dan toch een moet kiezen, dan kies ik voor een schetsblaadje van de Italiaanse kunstschilder en architect Cigoli (1559-1613). Het blaadje is aan beide zijden voorzien van allemaal kleine schetsjes, figuurstudies voor verschillende schilderijen. We krijgen een inkijkje in het hoofd van de kunstenaar, dichterbij komen we niet. In tegenstelling tot het uiteindelijke schilderij geven de krabbels niet alleen de tekenvaardigheid van de kunstenaar bloot, maar ook de worstelingen die hij heeft moeten doorstaan om tot zijn meesterwerk te komen. Het is een prachtig voorbeeld van waarom tekeningen zo bijzonder zijn en vaker moeten worden getoond.”

Zaaloverzicht, foto: Marjon Gemmeke

Mooi oud’, t/m 20 maart in het Kröller-Müller Museum, Otterlo, MK geldig, www.krollermuller.nl. In verband met de coronamaatregelen is het museum t/m 25 januari gesloten.

Hoofdbeeld: Henricus Franciscus Wiertz, ‘Stilleven van schelpen op een marmeren blad’, 1808