Het Kunstmuseum Den Haag heeft een belangrijk werk uit het oeuvre van schilder Max Beckmann (1884-1950) aangekocht. Deze expressionist schilderde het werk getiteld Baders met groene kleedcabine en schippers met rode broek in 1934, nadat hij voor het eerst de Nederlandse kustplaats Zandvoort bezocht. Een zeegezicht is een terugkerend thema voor Beckmann en ook stilistisch gezien is het schilderij kenmerkend voor zijn oeuvre: een vervreemdende compositie, opgezet in heldere kleuren en donkere contourlijnen.

Bovendien speelde Nederland in het leven van de Duitse Beckmann een grote rol. Vanaf 1937 tot na de Tweede Wereldoorlog leefde hij in ballingschap in Amsterdam, wat een van zijn meest productieve fases uit zijn leven bleek te zijn. Als schakelfiguur binnen de 20e-eeuwse kunstwereld speelt Beckmann niet alleen een cruciale rol in de westerse kunstgeschiedenis, maar ook in de collectie van het Kunstmuseum. Met deze aankoop via het Berlijnse veilinghuis Grisebach heeft het museum een tweede schilderij van Beckmann in zijn bezit, ingebed in een omvangrijke collectie werken van het Duits Expressionisme. In het voorjaar van 2024 wijdt het Kunstmuseum een tentoonstelling aan Beckmann. De aankoop is gerealiseerd dankzij de financiële steun van de Vereniging Rembrandt (mede dankzij haar Themafonds Moderne Kunst, haar Op Dreef Fonds en haar Schorer Romeijn Grothe Fonds), het Mondriaan Fonds, VriendenLoterij, Fonds Kunstmuseum en de Mondriaan Business Club.

Dramatische compositie
In 1934 bezoeken Beckmann en zijn vrouw Quappi voor het eerst de kustplaats Zandvoort. Dit bezoek resulteert in een aantal schilderijen, waaronder Baders met groene kleedcabine en schippers met rode broek. Het doek toont de zomerse kust gezien vanaf de promenade. Het strand is bevolkt door verschillende types: zwemmers in zee, spelende kinderen in een poeltje en schippers, in rood en blauw gekleed, die nabij een boot en een groene kleedcabine staan. Aan de horizon zien we nog net een stoomschip varen. Het geheel is neergezet in een voor Beckmann kenmerkende dramatische compositie. In plaats van een liggend formaat – zo gebruikelijk voor een landschap – kiest hij voor een staande compositie. De diagonale vlakken waarin het beeld is verdeeld, alsook de hoge en scheve horizon, suggereren een gekanteld perspectief, met een desoriënterend en vervreemdend effect op de toeschouwer: wij zien de scène van bovenaf, terwijl de zee boven ons uittorent. Door deze simpele maar zeer effectieve manipulaties van ruimte en beeld verandert Beckmann een anderszins traditioneel tafereel in een dynamische moderne voorstelling.

Entartete Kunst
Zijn zeegezichten worden geïnterpreteerd als reflecties op Beckmanns persoonlijke leven, geschilderd op momenten waarop hij werd gedwongen zich te bezinnen op zijn positie als kunstenaar. Dit geldt ook voor Baders met groene kleedcabine en schippers met rode broek. Beckmanns verblijf in Zandvoort in de zomer van 1934 volgt kort na het verlies van zijn aanstelling aan de kunstopleiding Städelschule in Frankfurt. Een ontslag dat niet toevallig samenvalt met de opkomst van het nationaalsocialisme. Niet veel later wordt zijn werk door het naziregime als entartet bestempeld. Maar liefst 600 van zijn werken worden in beslag genomen en in 1937 tonen de nazi’s zijn strandgezicht Der Strand, am Lido (1927) ter beschimping op de beruchte entartete Kunst tentoonstelling. Beckmann en zijn vrouw besluiten daarop te vluchten naar Nederland, waar ze uiteindelijk tien jaar lang in ballingschap in Amsterdam verblijven. Ondanks de bezetting reist hij nog altijd naar Zandvoort. Zelfs als het strand vanaf 1942, door de bouw van de Duitse kustverdedigingslinie Atlantikwall, niet meer toegankelijk is schildert Beckmann nog Nederlandse zeegezichten – een ontsnapping aan de benauwende realiteit. Beckmanns tijd in Nederland zou uiteindelijk een van de meest productieve fases in zijn leven vormen.

Verrijking van de collectie
Zijn kleurenpalet, expressieve schilderstijl en focus op het innerlijke verbinden Beckmann met het Duits Expressionisme. Tegelijkertijd is zijn werk verwant aan de nieuwe realistische tendensen van de Neue Sachlichkeit. Beide stromingen vormen van oudsher belangrijke kerncollecties van Kunstmuseum Den Haag. Inmiddels bezit het museum een toonaangevende verzameling van kunstenaars als Wassily Kandinsky, Gabriele Münter, Ernst Ludwig Kirchner, Paula Modersohn-Becker, August Macke en KätheKollwitz. In 1956 organiseerde Kunstmuseum Den Haag de eerste solotentoonstelling van Max Beckmann in Nederland.

Directeur Benno Tempel ziet Baders met groene kleedcabine en schippers met rode broek als een zeer welkome aanvulling op de zes Beckmanns (een schilderij en vijf lithografieën) die het Kunstmuseum al in zijn bezit heeft: “Het zeegezicht was een uitermate belangrijk thema voor Beckmann, waarvoor hij zijn inspiratie in veel gevallen zocht aan de Nederlandse kust. Tot nu toe ontbrak een zeegezicht in onze collectie en die van andere Nederlandse musea. Dankzij de genereuze steun van de Vereniging Rembrandt en het Mondriaan Fonds kunnen we een completer beeld scheppen van het oeuvre van een kunstenaar die in zijn Nederlandse jaren zeker een derde van zijn oeuvre maakte. Ik ben ongelooflijk dankbaar en trots dat wij steun mogen ontvangen van de grote fondsen en zo de Collectie Nederland verder kunnen verrijken.” Onlangs kon het museum ook al het schilderij Jongens op Vastenavond (1911) van Gabriele Münter aan de collectie toevoegen. “Eveneens een prachtige aanvulling op de Duitse Expressionisten, geschonken door The Ekard Collection ter nagedachtenis aan Henry en Erica Drake. Ook daar zijn we ongelofelijk dankbaar voor”, aldus Tempel.

Bron: Persbericht Kunstmuseum Den Haag
Beeld: Max Beckmann, ‘Baders met groene kleedcabine en schippers met rode broek’, 1934