Claes Oldenburg is vooral bekend geworden door extreem opgeblazen versies van alledaagse gebruiksobjecten zoals een schroef, een wasknijper en een tandenborstel. Die bestonden tot zijn ontmoeting met zijn Nederlandse echtgenote Coosje van Bruggen voornamelijk op papier. Dankzij hun samenwerking realiseerde hij vanaf 1976 de vervreemdende kunstwerken in de openbare ruimte.

Claes Oldenburg bij een performance in Venetië, 1985

Ook in Nederland staat een aantal van zijn sculpturen. Zo staat ‘Troffel’ (1971-76) in de tuin van het Kröller-Müller Museum, staat zijn ‘Schroefboog’ bij Museum Boijmans Van Beuningen en siert ‘Flying Pins’, een bowlingbal met tien wegvliegende kegels, sinds 2000 de kop van de John F. Kennedylaan in Eindhoven.

Stofzuiger en toilet
Claes Oldenburg werd in 1929 geboren in Stockholm, en verhuisde als kind naar de Verenigde Staten. Daar ontwikkelde hij zich in eerste instantie als kunstschilder, later als beeldhouwer. In de jaren zestig organiseerde hij happenings. Met zijn tentoonstelling ‘The Store’ in 1961 in een winkelcentrum, waar hij reusachtige, van textiel gemaakte beelden van etenswaren presenteerde, van een ijshoorntje tot een hamburger, brak hij door. Zijn zogenaamde soft sculptures, een typmachine, toilet, stofzuiger of drumstel, zijn wereldberoemd.

Main Street, Venice, 1991

Verrekijker
Oldenburg werkte ook mee aan een gebouw van architect Frank Gehry in het Venicedistrict in Los Angeles. Een enorme verrekijker dient daar als ingang van een kantoorgebouw. Oldenburg overleed afgelopen maandag in zijn woonplaats New York aan de gevolgen van een val. Zijn echtgenote Coosje van Bruggen was al in 2009 overleden.