Recent meldde zich bij het RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis een particuliere verzamelaar met een ets door Piet Mondriaan van een jonge vrouw met hoed en cape. Het komt vrijwel nooit voor dat een ets van Mondriaan wordt ontdekt. Onderzoek door conservatoren bij het RKD toont aan dat het werk vermoedelijk ontstond in 1896-1897.

Drie versies van 'Young woman with cape and hat', met links de zojuist ontdekte versie van Piet Mondriaan

Bijzondere vondst
Mondriaan maakte tijdens zijn leven ook slechts een handvol etsen. Het betreft in dit geval een werk waarvan al twee afdrukken in een andere staat bekend waren. Een latere staat van de ets is onder de titel Young woman with cape and hat opgenomen in de oeuvrecatalogus uit 1998. De nu opgedoken versie verschilt licht van de beide andere reeds bekende afdrukken en is het best bewaard gebleven exemplaar van de drie. Deze bijzondere vondst is van 20-27 november te zien op de kunstbeurs PAN Amsterdam.

Experiment
Tussen november 1892 en augustus 1895 bekwaamde Mondriaan zich aan de Amsterdamse Rijksakademie van Beeldende Kunsten met ‘vlijt en goede resultaten’ met name in het tekenen. Gedurende het schooljaar 1896-1897 keerde hij terug om ook de etsklas die onder leiding stond van professor Rudolf Stang (1831-1927) te volgen. Het is niet bekend waarom Mondriaan zich verder wilde bekwamen in deze techniek. Gezien de weinige overgeleverde etsen (en lithografieën) lijkt hij het experiment in deze techniek snel achter zich te hebben gelaten. Ook Mondriaankenner Robert Welsh (1932-2000) beschouwde de ets Young woman with cape and hat als een experiment: ‘… the presence of barely articulated background areas and a splotch mark lower left suggest an academic experiment, rather than a fully realized work of art.’ De door Welsh beschreven inktvlek ontbreekt op de nu ontdekte ets. De nu gevonden ets is dan ook een onbekende eerdere staat, die nog minder uitgewerkt is dan beide andere tot nu toe bekende exemplaren.

Etsklas (1896-1897)
Nieuw onderzoek van RKD-conservatoren Wietse Coppes en Jeroen Kapelle toont aan dat het werk vermoedelijk ontstond tijdens de etsklas in 1896-1897 en niet pas in later jaren, zoals de datering door Welsh van 1899-1900 suggereert. Deze veronderstelling wordt gestaafd door de vondst van een ets en een tekening naar hetzelfde model, door Mondriaans medeleerling Lammert van der Tonge. Een vergelijking van beide etsen maakt duidelijk dat deze op hetzelfde moment moet zijn ontstaan. De hoek van waaruit het model is weergegeven verschilt enigszins, wat kan worden verklaard doordat Mondriaan en Van der Tonge een andere positie ten opzichte van het model innamen in het klaslokaal. Zowel de opvallende kledij met de hoed en hoge kraag, als de licht naar links gedraaide stand van het hoofd maakt echter duidelijk dat de werken tegelijkertijd moeten zijn vervaardigd.

Aantekening op achterzijde
Het exemplaar dat te zien is op PAN Amsterdam bevat op de achterzijde in potlood de naam ‘Frederika H. Broeksmit’. De in 1875 te Rotterdam geboren kunstenares Frederika Henriëtte Broeksmit volgde tussen 1899 en 1902 haar opleiding aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten. Ze was bovendien, net als Mondriaan, lid van kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae. Broeksmit bekwaamde zich op de academie in de etstechniek en staat bekend om haar uitstekende beheersing van deze techniek. Waarom haar naam op de achterzijde van de ets van Mondriaan staat geschreven is niet bekend. Mogelijk is het een verkeerde toeschrijving. Het is echter ook niet ondenkbaar dat de ets ooit in haar bezit is geweest. Wellicht verkregen uit de collectie van de Rijksakademie waar veel etsen of van leerlingen werden bewaard of van professor Stang zelf die ook een kleine collectie grafiek van zijn leerlingen had.