Het Rijksmuseum maakte gister het voornemen bekend om voor 175 miljoen euro ‘De Vaandeldrager’ van Rembrandt aan te kopen, met een flinke bijdrage van de Nederlandse Staat. Maar heeft het Rijksmuseum eigenlijk wel een vaandeldrager nodig?, schrijft Wieteke van Zeil vandaag in de Volkskrant*.

De Nederlandse Staat wil met steun van de Vereniging Rembrandt en het Rijksmuseum Fonds ‘De Vaandeldrager’ (1636) van Rembrandt aankopen en voorgoed in het publieke domein brengen, aldus het Rijksmuseum in een persbericht van 8 december jl. Dit zelfportret is sinds 1844 in bezit van de Franse bankiersfamilie Rothschild, die eerder ‘Marten en Oopjen’ verkocht. Doordat Frankrijk een exportvergunning heeft afgegeven en minister van Engelshoven 150 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld, doet zich nu de kans voor om ‘De Vaandeldrager’ aan te kopen.

Doorbraak

Het werk hoort volgens het Rijksmuseum tot de absolute meesterwerken van Rembrandt en is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van Nederland. Vaandeldragers liepen voor de troepen uit in de Tachtigjarige Oorlog, die leidde tot de geboorte van Nederland. In dit grote zelfportret schildert Rembrandt zichzelf rebels en vol bravoure. Het werd zijn artistieke doorbraak die zou leiden tot ‘De Nachtwacht’.

Voortrekkersrol
Zoals gebruikelijk bij een aankoop van een dergelijk kaliber barstte na bekendmaking op social media het commentaar los. Ter vergelijking: voor ‘Marten en Oopjen’, een gezamenlijke aankoop van het Rijksmuseum en het Louvre, werd destijds in totaal 160 miljoen euro betaald. In de Volkskrant schrijft Wieteke van Zeil waarom ‘De Vaandeldrager’, de mogelijk 23e Rembrandt in de collectie van het Rijksmuseum, in haar ogen op dit moment niet de juiste aankoop is.
De vaandeldrager vertegenwoordigt de macht en rijkdom van de Hollandse Republiek, de canon van Hollandse kunst wordt er opnieuw door bevestigd, is een van haar argumenten. Dit terwijl wereldwijd de canon van de westerse kunst wordt bekritiseerd, omdat hij geen recht doet aan bijvoorbeeld vrouwelijke kunstenaars en kunstenaars uit andere dan westerse landen. De canon wordt met deze aankoop niet ‘aangevuld, gecorrigeerd of opgefrist’, volgens Van Zeil, wat je van een museum met een landelijke voortrekkersrol wel zou mogen verwachten.

Aankoopfonds
Van de benodigde 175 miljoen euro komt 150 miljoen euro van de Nederlandse Staat, waarvan 19 miljoen uit het museaal Aankoopfonds. De Vereniging Rembrandt stelt 15 miljoen euro beschikbaar, het Rijksmuseum Fonds 10 miljoen.

Toernee
Inmiddels is het voorstel tot wijziging van de begroting van OCW om de aankoop mogelijk te maken, aan de Tweede Kamer verstuurd. Mocht de verwerving lukken dan zal ‘De Vaandeldrager’ op tournee door Nederland gaan, aldus het Rijksmuseum, en in alle provincies worden getoond aan het publiek. Uiteindelijk zal het dan een plek krijgen op de Eregalerij van het Rijksmuseum.

*Lees verder: de volkskrant opinie.

Bronnen: persbericht Rijksmuseum, artikel de Volkskrant
Beeld: Rembrandt van Rijn, ‘De Vaandeldrager’, 1636, nu nog collectie Rothschild