Norbert Tadeusz was een artistieke krachtpatser, onversneden macho en grenzeloze levensgenieter. Museum More presenteert de eerste Nederlandse overzichtstentoonstelling van deze schilder die in alles een icoon van de late 20e eeuw is.

Zaaloverzicht, foto: Eva Broekema

“Tadeusz was mateloos in alles: drank, eten, vrouwen en praten over zijn eigen werk”, zegt Petra Lemmerz. “Leskrijgen van hem was heftig en soms confronterend, maar hij kon ook enorm enthousiast zijn en nam ons ’s avonds mee naar bars”, vult Andreas Schön aan. De man wiens voornaam ze nooit uitspreken is de in 2011 overleden schilder Norbert Tadeusz. Lemmerz is zijn weduwe, die na zijn dood een relatie kreeg met zijn voormalige leerling Schön. Samen beheren ze Tadeusz’ nalatenschap en hebben ze een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van ‘Het leven als spektakel’ in Museum More. In de aanloop naar de opening ontvangen ze een kleine groep journalisten in Tadeusz’ vroegere atelier in een buitenwijk van Düsseldorf. Het is een industrieel pand met hoge wanden, volop zonlicht dat door de dakramen valt en een binnentuin vol bloemen.

Zaaloverzicht, foto: Eva Broekema

Sinistere sfeer
De schilder kocht het pand in 1993, op het toppunt van zijn roem. Hij was daar gekomen door altijd onverstoorbaar zijn eigen koers te blijven varen – ook Tadeusz’ zelfvertrouwen was mateloos. De zoon van Poolse migranten schilderde al figuratief in de jaren ’60 en ’70, toen daar op werd neergekeken. Maar met de opkomst van de Neue Wilden in het decennium daarna groeide de waardering voor zijn expressionistische werk.
Kunstverzamelaar Karl Heinrich Müller vroeg Tadeusz drie grote werken te maken voor zijn Museum Insel Hombroich, vlak bij Düsseldorf, en liet er speciaal een paviljoen voor bouwen. Die doeken zijn typerend voor Tadeusz’ oeuvre: vele felgekleurde vierkante meters bevolkt door talloze figuren. Ze dansen, musiceren, slepen met een spieraam dat verhoudingsgewijs net zo groot is als het doek waar we naar kijken. Maar meer dan mensen met een doel of beroep zijn zij lichamen, levend vlees in een circusvoorstelling waarin de schilder zelf optreedt als dompteur en beul. Armen en benen worden tot het uiterste omgebogen en torso’s zijn dubbelgeklapt of gedraaid als een kurkentrekker. De sinistere sfeer wordt in veel schilderijen nog eens benadrukt door half uitgebeende karkassen die onder bogen of aan rekken hangen.

Norbert Tadeusz, ‘Amaryllis’, 2006, © Norbert Tadeusz Estate

Driedelig pak
“Die karkassen ging hij schilderen nadat hij ze had gezien in de slagerijen in Florence”, weet Lemmerz. Tadeusz was Italiëfanaat. Hij liep er alle kerken af en bestudeerde de kunst van Renaissance-grootheden – in zijn atelier staan nog boekenkasten vol naslagwerk. Hij kocht een huis in Toscane, waar hij de paarden van de palio in Siena schilderde en de hooibalen op boerenkarren die hij door het raam zag. “Italië was ook de enige plek waar hij schilderde in korte broek”, vertrouwt Lemmerz ons toe. In zijn Duitse atelier werkte hij steevast gekleed in driedelig pak. Het schildersbeest wilde geen Malschwein zijn. In zijn atelier hangen nog een paar kostuums met spetters op de mouwen en revers.
In die formele outfits ging Tadeusz ook naar de kroeg, waar hij alcoholisch geïnspireerd urenlang zat te schetsen. Als hij aan een nieuw schilderij begon, wist hij precies wat hij ging doen, had hij tot in detail alles uitgedacht. In zijn jonge jaren maakte hij beeldjes van figuren, een vrouw met onnatuurlijk gevouwen benen bijvoorbeeld, die later in zijn schilderijen terechtkwamen. Naast schetsen gebruikte hij foto’s om op een grote tafel collages mee te maken. Daarvoor nodigde hij acteurs en de dansers van het dansgezelschap Pina Bausch uit in de studio, poseersessies die niet zelden ontaardden in orgies.
Hyperbolische theatraliteit was Tadeusz’ handelsmerk maar hij maakte ook meer ingetogen werk waaruit zijn enorme vakmanschap des te meer spreekt. Zijn vier amaryllissen in een vaas knallen van de wand. En weinig schilders kunnen water weergeven zoals Tadeusz dat doet in zijn portret van een zwemmende Miles Davis.

Norbert Tadeusz, ‘Miles’, 2006, © Norbert Tadeusz Estate

IJsbeer
Tadeusz werkte meestal aan drie of vier doeken tegelijk, zeven dagen per week. “Hij vond: schilderen is leven”, aldus Schön. Die ongebreidelde werklust leverde een oeuvre op van ruim tweeduizend schilderijen. Wat nog onverkocht is, ongeveer de helft van de totale productie, staat in een groot depot aan de voorkant van het atelier. De ingang bestaat uit twee boven elkaar geplaatste deuren zodat ook de grote canvassen naar buiten kunnen. Tijdens de laatste regenbui lekte het hier op zeven plekken. Er is pas geld voor reparaties als er weer een werk verkocht wordt. Maar ondanks een zeer goed ontvangen retrospectief drie jaar geleden in het Kunstpalast in Düsseldorf droogt de vraag naar Tadeusz’ kunst een beetje op. “De galeriehouders die hem vertegenwoordigen zijn van zijn eigen generatie, net als de verzamelaars, en die verdwijnen langzaam”, is Schöns verklaring.
Voor een van de talloze rekken met opgespannen canvassen staat het laatste grote werk waar Tadeusz aan begon, maar dat hij door ziekte niet kon afmaken. Het stelt een ijsbeer voor die van schots naar schots springt. Er zit spanning in het beeld. Je ziet de kracht van het beest en zijn kwetsbaarheid. Redt hij die sprong? Eén ding is zeker: hij zal uitsterven, net als het soort kunstenaar dat Tadeusz was.

Norbert Tadeusz, ‘Nude on Swivel Chair’, 1978, © Norbert Tadeusz Estate

Bijbehorende catalogus ‘Norbert Tadeusz | Het leven als spektakel’, uitgeverij WBooks, € 29,95, wbooks.com