Van een vos die in het museum slaapt tot een imaginair museum zonder dak en drommen mensen in een zaal: zo zag museumbezoek eruit voordat corona toesloeg. Hoe ziet het er straks uit? Hopelijk niet als in de dwingende performance van Tania Bruguera, met politie te paard. 

Ooit bedacht de afgelopen maanden hoe die lege museumzalen eruit zien? De Belgisch-Mexicaanse kunstenaar Francis Alÿs was daar ook nieuwsgierig naar en hielp de werkelijkheid een handje door in 2004 een vos los te laten in de nachtelijke zalen van de Londense National Portrait Gallery. De bewakingscamera’s registreren elke beweging van het beest dat, als een bezoeker in tijdnood, de doodstille zalen doorkruist en af en toe snuffelt aan een schilderij. Je wordt jaloers op die vos als hij doet waar je in een museum ook wel eens naar verlangt: uiteindelijk rolt hij zich op en dommelt in onder een schilderij. 

Francis Alÿs, The Nightwatch’ (still), 2005

Lichteffect
Verlaten zalen wa
ren niet het oogmerk van de Assemblée Nationale, het lagerhuis van de Franse republiek, die al tijdens de Franse Revolutie de stichting van het Musée du Louvre decreteerde. Het volk moest opgevoed worden aan de hand van de geconfisceerde koninklijke kunstcollectie. Hubert Robert (1733-1808), schilder en eerste conservator van het Louvre, stelde zich voor hoe de Grande Galerie eruit moest zien: met bovenlicht en gelegenheid voor bezoekers om de grote artistieke voorbeelden te kopiëren. Robert had tijdens een verblijf in Rome de etser Giovanni Battista Piranesi leren kennen en werd geïnspireerd door diens voorstellingen van oudheidkundige monumenten, waarvan de ingestorte daken zo’n mooi lichteffect gaven. MetVue imaginaire de la Grande Galerie du Louvre en ruines’ wilde Robert de waardigheid van Romeinse ruïnes overbrengen op het nieuwe Parijse museumgebouw. 

Hubert Robert, ‘Vue imaginaire de la Grande Galerie du Louvre en ruines, 1796, Louvre, Parijs

Blockbuster
Mocht je denken dat
het verdringen voor kunstwerken in overvolle zalen iets van de laatste jaren was, kijk dan eens naar de bezoekersaantallen van de jaarlijkse Parijse Salons in de negentiende eeuw. Het was hét moment voor schilders om hun nieuwste werk aan een groot publiek te tonen en in een paar weken tijd kwamen daar tienduizenden bezoekers op af. En allemaal even kritisch. François Biard (1799-1882) laat met ‘Quatres heures, au Salon’ ( het hoofdbeeld) zien dat van de waardigheid van het eerste revolutionaire uur weinig meer over is. In de Grande Galerie kondigen de in het rood geklede suppoosten luidkeels de sluitingstijd aan, terwijl het museumbezoek meer iets van een volksopstootje heeft.  
De sensatiebelustheid van het publiek bereikt een sinister dieptepunt wanneer in 1937 onder het naziregime de reizende tentoonstelling ‘Entartete Kunst’ in München wordt geopend. Ruim twee miljoen bezoekers, waaronder de verantwoordelijke propagandaminister Goebbels, komen af op de moderne kunst die er als volksvijandig wordt gepresenteerd. Snerende wandteksten begeleiden er het werk van expressionistische, abstracte, Joodse en andere niet-Arische kunstenaars.  

Joseph Goebbels op de tentoonstelling ‘Entartete Kunst’, collectie Bundes Archiv Koblenz

Kinderen
Hoe na de oorlog aan kunst weer plezier wordt beleefd, illustreren op weergaloze manier de tentoonstelllingen ‘Bewogen Beweging’ in 1961 en ‘Dylaby’ (Dynamisch Labyrinth) in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Kinderen zijn welkom! Fotograaf Ed van der Elsken maakte filmopnames bij beide tentoonstellingen. Vanachter een bewegend kunstwerk van Jean Tinguely laat hij je meegenieten van de vrolijkheid van die kinderen, een na-oorlogse generatie die niet met televisie is opgegroeid. Moeilijk voor te stellen dat de lachende kinderen van toen de verguisde ‘boomers’ van nu zijn (zie de documentaire ‘Iconische tentoonstellingen van de 20e eeuw’ op Arttube).

Still uit ‘Iconische tentoonstellingen van de 20e eeuw’, Arttube, met beeld van Ed van der Elsken

Terugkijken
Biedt al dat bezoekerslawaai geen plaats meer voor afzondering, even dat ene schilderij helemaal alleen voor jezelf hebben? Thomas Struth (1954) neemt je in 1990 mee naar een kabinet in het Rijksmuseum en een stilte die tot voor kort nauwelijks meer voorstelbaar was. De vrouw op de bank bekijkt iets wat zich achter haar bevindt, de rug naar het zeventiende-eeuwse mannengroepsportret gekeerd. Die mannen lijken haar op hun beurt vanuit hun lijst te bekijken, een vervreemdende omdraaiing van de werkelijkheid 

Thomas Struth, Rijksmuseum 1, Amsterdam, 1990. Chromogenic print, 164,0 x 212,0 cm, © Thomas Struth

Crowd control
Met de huidige, of zeg maar liever pre-Corona, beheersing van bezoekersstromen is de ervaring van het museumbezoek wel wat anders. Tania Bruguera (1968), een Cubaanse dissidente kunstenaar, ondervond in haar eigen land hoe de sterke arm protesten neerslaat. Om bezoekers van het Londense Tate Modern iets van die ervaring mee te geven liet ze twee bereden politiemannen de bezoekers heen en weer dwingen, in twee groepen scheiden en de uitgangen afsluiten. Allemaal volgens beproefde ‘crowd control’-methodes. Het post-Coronatijdperk moet uitwijzen hoezeer de werkelijkheid de kunst gaat volgen.

Tania Bruguera, Tatlin’s Whisper #5’, 2008, foto: Tate, © Tania Bruguera

Hoofdbeeld: François Biard, ‘Quatres heures, au Salon’, 1847, collectie Louvre, Parijs