Schrijver Abdelkader Benali maakte een tentoonstelling met Marokkaanse kunst in het Cobra Museum. Er is veel te zien, maar er wordt weinig geduid.

We gaan een wandeling maken, belooft schrijver Abdelkader Benali aan het begin van het boek ‘Het andere verhaal’. De uitgave begeleidt een tentoonstelling over Marokkaanse kunst van 1956 tot nu in het Cobra Museum in Amstelveen. Het wordt een verrassende wandeling, aldus Benali, “die me overal en nergens brengt, een beetje als het rommelige leven zelf, en daar geniet ik persoonlijk het meest van. De kans op verrassingen is het grootst, net als de kans op verdwalen.”
Met werk van meer dan vijftig Marokkaanse kunstenaars is de tentoonstelling groots opgezet. Directe banden tussen Cobra en de Marokkaanse kunstenaars zijn er eigenlijk niet, maar na het uiteenvallen van de Cobragroep waren er wel contacten. Zo bewonderde Corneille het werk van Chaïbia Talal, een kunstenaar die lang gezien werd als een outsider omdat ze geen kunstopleiding had genoten. Inderdaad doen Talals schilderijen met felgekleurde, expressionistische koppen denken aan de beeldtaal van Cobra.

Chaïba Tallal, ‘De tweeling’, 1972, © courtesy Mostafa Benlafkih

Zithoek
De tentoonstelling bevat werk van moderne kunstenaars, maar ook van hedendaagse kunstenaars waarvan sommigen in Nederland wonen en werken. Mooi is de bijdrage van Mina Abouzahra, die twee plekken in de tentoonstelling transformeerde tot zithoeken. Haar meubels zijn geïnspireerd op beroemde Nederlandse ontwerpers als Wim Rietveld, gecombineerd met vintage stoffen uit Marokko. Door de huiselijke sfeer waarin de ontwerpen worden getoond, krijgt de tentoonstelling iets luchtigs en informeels. In de autotour vertelt Abouzahra over de manier waarop haar familie in Marokko slaapplekken creëert en hoe dit haar op het idee bracht voor een slaapbank.
Toch gaat het mis op deze tentoonstelling. We verdwalen, maar vooral omdat de samenstellers zich hebben verslikt in het aanbod. Veel werken zijn afkomstig van de Fondation Nationale des Musées in Marokko en het Museum voor Moderne Kunst Mohammed VI, maar er wordt niets toegelicht over deze instellingen en hoe deze collecties zijn ontstaan. De honderd kunstwerken op de tentoonstelling leveren honderd verschillende indrukken op. Wat het verband is tussen die werken, welke ontwikkelingen zich in de Marokkaanse kunst hebben afgespeeld, dat komt de bezoeker van het Cobra Museum helaas niet te weten.

Zaaloverzicht ‘Het andere verhaal’

Mythische wezens
In het midden van de tentoonstelling staan vijf mythische wezens. Kunstenaar Faouzi Laatiris heeft ze elk een ander historisch gezicht gegeven. We zien Albert Einstein, Marcel Duchamp, Mahmoud Darwiesj, Fairouz en Ibn Battuta. Benali noemt Battuta niet. In plaats daarvan schrijft hij lyrisch over de Perzische dichter Omar Khayyâm, die helemaal niet geportretteerd is. Hij heeft blijkbaar een andere versie van de beeldengroep gezien. Benali wijdt zelfs een heel hoofdstuk aan een kunstenaar wiens werk niet op de tentoonstelling te zien is.
Drie kunstenaars worden als ‘pioniers’ bestempeld, omdat zij in 1969 hun werken exposeerden op Djemaa el Fna, het beroemde plein midden in Marrakesh. Dit evenement werd bekend als de eerste happening in de Marokkaanse kunst. Dat maakt nieuwsgierig, maar jammer genoeg wordt niet verder ingegaan op deze happening of de reacties daarop. Er zijn geen foto’s, er is geen documentatie. Ook wat gebeurde tussen 1956 en 1969 – de eerste jaren na de onafhankelijkheid van Marokko – blijft volstrekt vaag. Het werk van de ‘pioniers’ is overigens wel intrigerend. Vooral het werk van Mohamed Melehi smaakt naar meer. In 1963 woonde Melehi in New York, waar hij op het punt stond een grote naam in het Amerikaanse kunstcircuit te worden. Hij koos er echter voor om terug te gaan naar Marokko, waar het modernisme nog in de kinderschoenen stond.
Bij Farid Belkahia gaat het weer mis. Het bijschrift vermeldt dat zijn werk ‘Eindeloos’ van leer is, terwijl het overduidelijk van metaal gemaakt is. De audiotour beschrijft het werk als een combinatie van leer en brons. Duidelijk ingesproken door iemand die het echte werk niet gezien heeft. Deze tentoonstelling is ambitieus opgezet en met veel enthousiasme gemaakt, maar deze kunstenaars en hun werken verdienen een serieuzere aanpak.

Mohamed Melehi, ‘Totale aanbidding’ (Adoration totale), 1975, © Collection ministère de la culture

Hoofdbeeld: zaaloverzicht met zithoek van Mina Abouzahra, bestaande uit sofa ‘Goity’, fauteuil van Wim Rietveld, tapijt ‘Amizmiz’