Tentoonstellingen aanmelden

Internationaal Klompenmuseum mk

Eelde, Nederland

Tip van Museumtijdschrift:

Nederland heeft honderden kleine musea, vaak onbekend bij het grote publiek. Daarom bezoekt Museumtijdschrift ook deze zomer twaalf unieke collecties, van hedendaags panorama tot klompenmuseum. De laatste, aflevering 12: De wereld van de klomp in het Internationaal Klompenmuseum in Eelde.

Klompen, typisch Nederlands zou je zeggen. Niets blijkt minder waar, in het Internationaal Klompenmuseum in Drenthe. De door het museum gehanteerde brede definitie van een klomp als ‘schoeisel met hout’ zorgt voor een collectie van om en nabij de 2.900 paar ‘klompen’ uit maar liefst 43 landen, de grootste klompencollectie van de wereld. Het begon bij de laatste twee klompenmakers in Eelde, de broers Eiso Wietzes (1916-1977) en Egbert Wietzes (1925-1988), die een collectie klompen bezaten uit verschillende landen. Hiervoor werd in 1990 een museum opgericht en sindsdien is de collectie door giften en aankopen uitgebreid.

Het museum is niet alleen een ode aan de klomp, maar ook aan het verdwijnende ambacht van de klompenmaker. Zo wordt getoond hoe een klomp gemaakt wordt en dat iedere maker zijn eigen handschrift heeft. Dit zie je terug in de veelal bijzondere ontwerpen. Sommige klompen lijken op schoenen met stilettohakken en de exemplaren uit de huidige tentoonstelling ‘Pracht en Praal’ zijn eerder kunstwerken dan schoenen waarop je kunt lopen. Naast het ontwerp verschilt ook het gebruik: er zijn onder veel meer klompen van Spaanse priesters, schaatsklompen en Syrische bruidsklompen.

Een bezoek aan deze klompenwereld verandert uw kijk op deze bij nader inzien toch niet zo Nederlandse schoen. Grote kans dat u na een bezoek aan het Klompenmuseum geen schoen van Nike wilt, maar een klomp van Wietzes.

Beeld: zaaloverzicht Internationaal Klompenmuseum, foto: Zoë Spaaij.

Dit is de laatste aflevering van de Museumtijdschrift-zomerserie gewijd aan kleine musea in Nederland, met dank aan onze stagiaire Zoë Spaaij.

Klompen: iedereen weet wat het zijn en hoe ze er uitzien. Toch worden ze veel minder gedragen dan vroeger en is de klompendrager een uitstervend ras. En dat terwijl het nog niet zolang geleden is dat bijna iedereen een paar klompen had en daar dagelijks op liep. Er waren in die tijd dan ook veel klompenmakers die allen hun eigen model, in een vaak bonte variatie van kleuren en versieringen, maakten. De grote verscheidenheid aan klompen van vroeger en van nu is een waardevol deel van het cultuurhistorisch erfgoed van een volk.