Tentoonstellingen aanmelden

Column Oek de Jong – Die goeie, ouwe beeldhouwkunst
Oek de Jong

Romanschrijver en essayist

  • 3 weken geleden
  • Blog
  • Beeldende kunst

Als vaste columnist van Museumtijdschrift geeft Oek de Jong in elk nummer zijn kijk op kunst. In deze column uit 2019/6 een reflectie op de tentoonstelling ‘Het begin van een nieuwe wereld’ in het Kröller-Müller Museum.

Op de tentoonstelling ‘Het begin van de wereld’ in het Kröller-Müller Museum, genietend van sculpturen in hout, steen en brons en van karakteristiek robuuste beeldhouwerstekeningen, besefte ik opeens dat ‘iets’ hier niet was. Hier geen spektakel, geen confronterende of opdringerige beelden, geen postmoderne ironie, geen glamour of commercie. In deze zalen met klassiek-moderne beeldhouwkunst heersen de ernst, al dan niet lichtvoetig benaderd, en het idealisme van een ander tijdperk in de kunst: de tijd waarin kunstenaars naar Parijs en andere hoofdsteden trokken om deel uit te maken van een kleine avant-garde en te werken voor een nieuwe kunst, vaak verbonden met ideeën over een nieuwe wereld. Het was haast een verademing om eens niet belaagd te worden. Even geen spektakel. Even alleen maar een stel prachtige objecten om naar te kijken.

Meteen aan het begin van de tentoonstelling trof me deze Rebecca (1927) van Ossip Zadkine (1888-1967). Een naakte vrouwenfiguur met een waterkruik op haar schouder. Vlak ernaast stond – een fraai beeldrijm – een gigantische spleettrommel, afkomstig van een eiland in de Stille Oceaan. Aan beide beelden kun je zien dat ze uit een boomstam zijn gehakt. Wat een weldadige eenvoud. Onder de voeten van de kruikdraagster zie je zelfs nog een stuk van de stam in ongerepte staat.

Ondanks de invloed van primitieve kunst en het modernistisch idioom is deze Rebecca klassieke beeldhouwkunst. Zadkine rekt de vormen van het lichaam op, hij vereenvoudigt ze, maar tegelijkertijd speelt hij toch het klassieke spel met ritmes en volumes, dat beeldhouwers in de oudheid al bedreven. Hij gebruikt ook een klassiek motief: de elegante figuur van een jonge vrouw met een waterkruik op haar schouder – zo vaak getekend en geschilderd. Hij heeft beweging en spanning in het beeld gebracht door het rechterbeen naar achter te plaatsen en de rechterarm op de rug van de vrouw te leggen. De linkerarm reikt over het hoofd heen naar de kruik, de borsten zijn daardoor op ongelijke hoogte. De vorm van de kruik wordt herhaald in de langgerekte vorm van het hoofd. Zadkine speelt het spel en hij speelt het goed. Het beeld heeft geen persoonlijke trekken. Daardoor wordt het mythisch en ontstijgt het de tijd.

Rebecca was lang geleden het meisje aan de bron, dat werd uitgekozen als echtgenote voor Izaäk omdat zij als enige van de dorpsmeisjes bereid was de kamelen van een vreemdeling water te geven. Dit verhaal uit Genesis moet Zadkine hebben aangesproken, anders zou hij de naam Rebecca niet hebben gebruikt voor zijn beeld. Hij zelf was toen een vreemdeling in Parijs, afgesneden van zijn herkomst in Wit-Rusland.

De beelden in het Kröller-Müller – van het brons van Rodin en Maillol tot het uit ijzeren pijpen in elkaar gelaste Stervend paard van Carel Visser – riepen ook licht nostalgische gevoelens in me op. Bijna niemand hakt nog in steen of hout of werkt nog in klei naar een bronzen beeld toe. Materiaal en ambachtelijkheid hebben veel terrein verloren in de kunst. Veel kunstenaars maken hun beelden ook niet meer zelf. Onlangs kwam een kunststudent als stagiair in het atelier van mijn broer tussen diens grote objecten van epoxy te staan en het eerste wat hij zei was: “O, ik zie het al, jij maakt alles nog zelf.”

Bijna niemand hakt nog in steen of hout.

De beeldhouwkunst – die juist in de twintigste eeuw zoveel schitterends heeft voortgebracht – heeft andere gedaantes aangenomen. Je kunt de ingepakte gebouwen van Christo zien als gigantische sculpturen. Veel Land Art-projecten zijn in feite sculpturen in het landschap. In ons land is Henk Visch (1950) een van de weinigen die zich als pur sang beeldhouwer weet te handhaven. Vanuit Los Angeles maakt de Brit Thomas Houseago (1972) furore met geheel eigentijds beeldhouwwerk, dat toch in de grote traditie staat (maak kennis met zijn werk en zie hem gedreven praten op Youtube: ‘Visionary Artist and Sculptor Reveals his Methods’).

In de publieke ruimte zijn en blijven het de min of meer figuratieve beelden die de meeste impact hebben. Wanneer ik denk aan beelden in de Amsterdamse binnenstad zie ik toch De dokwerker bij de Portugese Synagoge, het grote borstbeeld van Multatuli op de Torenbrug, het recentere beeld van Spinoza bij de Nationale Opera & Ballet en in het weidse perspectief van het Rokin het ruiterstandbeeld van de jonge Wilhelmina. In Rotterdam kent iedereen De verwoeste stad en veel Rotterdammers schijnen zelfs te weten wie dit barokke en extreem expressieve beeld heeft gemaakt: ene Yossel Aronovich Tsadkin, kortweg Zadkine.

www.oekdejong.nl

Museumtijdschrift 6 (2019) is nu te koop voor een actieprijs van € 6,95 via onze webshop en vanaf woensdag 4 september in de winkel.

Het begin van een nieuwe wereld’, Kröller-Müller Museum Otterlo, t/m 29 september, www.krollermuller.nl

Beeld links: Ossip Zadkine, ‘Rebecca’, 1927, beschilderd appelhout, h. 260 cm. Beeld rechts: Anoniem, Oceanië, ‘Grote spleettrommel’, 19e eeuw, hout, 270 x 52 x 48 cm.

Reageer op Column Oek de Jong – Die goeie, ouwe beeldhouwkunst

Dit veld is verplicht Vul een geldig emailadres in
Dit veld is verplicht

Er is één reactie op Column Oek de Jong – Die goeie, ouwe beeldhouwkunst
  1. B.Wilgenhof Plante

    prettig om je eigen inzichten bevestigd te krijen in zo’n goed leesbaar artikel.Veel kennis komt weer boven.Oude inzichten zijn nog levend en goed voor je kijk van nu op Beeldhouw….whats in a name….kunst van NU!