Tentoonstellingen aanmelden

Column Oek de Jong – Metamorfose
Oek de Jong

Romanschrijver en essayist

  • 3 weken geleden
  • Blog
  • Beeldende kunst

Als vaste columnist van Museumtijdschrift geeft Oek de Jong in elk nummer zijn kijk op kunst. In deze column uit 2019/7 een reflectie op de kunst van Christo, die in 2020 de Arc de Triomphe in Parijs inpakt.

In 1958 tekent een jonge Bulgaarse vluchteling in de straten van Parijs het portret van Précilda Denat de Guillebon, de vrouw van een generaal. Het portret valt in de smaak. Hij leert de dochter van de generaalsvrouw kennen, Jeanne-Claude, en wordt verliefd op haar. Zij voelt zich tot hem aangetrokken, maar houdt de boot af, want ze is verloofd, van deftige familie en schrikt ervoor terug zich te verbinden met een Bulgaarse straatschilder. Hij wil met haar naar het Louvre. Of ze daar weleens is geweest, vraagt hij. “Het Louvre,” zegt ze. “O, een perfecte rolschaatsbaan, de beste in Parijs. Als meisje ging ik er met vriendinnen rolschaatsen. Een paar rolschaatsen onder je jas, onder elke oksel een, zoeken naar een zaal zonder suppoost en zwieren maar. O, hebben ze ook kunst in het Louvre?” Jeanne-Claude trouwt met haar verloofde, maar is al zwanger van de Bulgaar. Na de wittebroodsweken verlaat ze haar man en gaat ze samenwonen met de straatschilder, die geen toekomst zag achter het IJzeren Gordijn.

Uit deze onwaarschijnlijke ontmoeting ontstaat een van de bekendste kunstenaarsduo’s van de hedendaagse kunst: Christo en Jeanne-Claude, kortweg Christo. Natuurlijk waren er meer liefdeskoppels die samenwerkten. Uit de ontwerpstudio van Charles en Ray Eames kwamen prachtige stoelen. Marina Abramovićen Ulay liepen elkaar tegemoet over drieduizend kilometer Chinese Muur en maakten er een kunstwerk van. Maar Christo en Jeanne-Claude werden wereldberoemd door bouwwerken en plekken in te pakken: de Pont Neuf in Parijs, het gebouw van de Rijksdag in Berlijn, een paar kilometer rotskust in Australië. Ook overspanden ze een vallei in Colorado met een honderden meters lang, rood gordijn. In 2020 zal de Arc de Triomphe in Parijs worden ingepakt: vijfentwintigduizend vierkante meter zilverblauw doek met zevenhonderd meter rood touw eromheen. Jeanne-Claude – vooral het organisatorische brein achter het werk – is inmiddels overleden, Christo zet in zijn eentje hun projecten voort.

Heeft de jonge Christo een voodoopop gezien?

Waar komt dit even simpele als geniale idee voor het inpakken van voorwerpen en gebouwen vandaan? Heeft de jonge Christo in de etnografische afdeling van het Louvre een met lappen en touw omwikkelde voodoopop gezien? Werd hij als kind al betoverd door met touw omwikkelde pakketjes? Hij is begonnen met het inpakken van conservenblikken en flessen, daarop volgden stoelen, een motorfiets, en in de loop van de jaren zestig is hij zijn idee op steeds groter schaal gaan uitvoeren. In 1965 maakte hij al een tekening van een ingepakte Arc de Triomphe, toen niet meer dan een visioen.

Het belangrijkste effect van het inpakken is de gedaantewisseling, de metamorfose – die ons onveranderlijk voor een prikkelend raadsel stelt. Je herkent onder het doek nog de contouren van de Pont Neuf, maar de brug is ook iets anders geworden. Door het ingepakt zijn wordt het bouwwerk vreemd, geheimzinnig, poëtisch – en dat mag je schoonheid noemen. De kolossale schaal van het kunstwerk wekt ontzag en bewondering. Je beseft hoeveel energie, geduld, doorzettingsvermogen en overtuigingskracht ervoor nodig zijn geweest om dit voor elkaar te krijgen. Christo en Jeanne-Claude zijn kunstenaars uit de rebelse jaren zestig en zeventig: elk groot project is een vrolijke aanval op de bestaande orde. Het moeilijkste deel van elk project, zegt Christo, is het verkrijgen van de vergunningen. Autoriteiten moeten worden overtuigd, bij de lokale bevolking moeten onbegrip en achterdocht worden weggenomen. Je beseft ook dat het uitvoeren van zo’n immens project alleen mogelijk is door de samenwerking van honderden mensen, technici en vrijwilligers. In de video’s over Christo’s werk zie je steeds dat die mensen gaandeweg enthousiast raken, omdat ze iets realiseren wat onmogelijk leek en de schoonheid onder hun ogen zien ontstaan.

Wanneer je een tikje cynisch naar de ingepakte gebouwen kijkt, kun je zeggen: het is niets anders dan spektakel, in een maatschappij die aan het spektakel is verslaafd. De vrije, rebelse en poëtische geest van de jaren zestig en zeventig is verworden tot een geest die steeds hetzelfde product met het nodige publicitaire geweld in de markt zet. In deze kunst zie je de ontwikkeling van de tijdgeest: Christo is een merk geworden, zijn werk een louter toeristische attractie. De honderdduizenden die naar de ingepakte Arc de Triomphe zullen komen kijken, zijn verleid door het spektakel, niet anders dan de massa die ooit toestroomde om zich te vergapen aan de eerste vliegmachines.

Zo zie ik het niet. Ik vind het altijd weer verbazingwekkend en vrolijk stemmend dat dit grensoverschrijdende werk heeft kunnen ontstaan dankzij nieuwe technologie en zoveel uitstraling heeft kunnen krijgen. Bekijk eens een paar video’s op de uitstekende website van Christo en oordeel zelf als u deze slecht Engels- en slecht Franssprekende Bulgaar en zijn vrouw Jeanne-Claude vol vuur over hun werk hoort vertellen.

Zie voor meer informatie: www.christojeanneclaude.net

www.oekdejong.nl

Museumtijdschrift 7 (2019) is nu te koop via onze webshop en in de winkel.

Beeld: Christo, ‘The Arc de Triumph (Project for Paris, Place de L’Etoile – Charles de Gaulle) Wrapped’, 2018, copyright Christo (foto’s: Wolfgang Volz, André Grossmann)


Reageer op Column Oek de Jong – Metamorfose

Dit veld is verplicht Vul een geldig emailadres in
Dit veld is verplicht

Er zijn 2 reacties op Column Oek de Jong – Metamorfose
  1. KARMAN

    Verbinden door inpakken kan het effect veroorzaken door stoffig product met de aandacht vorm te verbinden zoals met lichtbreking (réfraction), uitgebeide info expositie van enkele maanden geleden in Pulchri Studio.
    brochure Réfraction.

  2. Fred Mertens

    Het dubbele gevoel dat Oek de Jong beschrijft ken ik ook. Maar als je in werkelijkheid z’n werk ziet overheerst al snel het gevoel van grootsheid van het project. Net als het bouwen van het monument zelf dat toch allemaal gewoon mensenwerk is in een tijd dat de techniek nog niet zo ontwikkeld was.. Erg knap.