Tentoonstellingen aanmelden

Cultureel kolonialisme?
Frits de Coninck

Kunstcriticus

  • 3 jaar geleden
  • Recensie
  • Beeldende kunst

Na jarenlang gesteggel is de oude Citroëngarage in Brussel herrezen als kunstencentrum Kanal – Centre Pompidou. In de voormalige kantoren en spuiterij zijn nu werken te zien uit de collectie van het Parijse museum.

Gevel van de voormalige Citroëngarage, foto: Tijl Vereenooghe – via ArcheoNet Vlaanderen.

Het modernistische gebouw is in ieder geval prachtig. Ontworpen in de jaren dertig van de vorige eeuw is de voormalige Citroëngarage een monument in het noorden van Brussel. In die gigantische verlaten ruimtes heeft Centre Pompidou een deel van zijn collectie moderne kunst ondergebracht. Het is een project van het Gewest Brussel én het Centre Pompidou om het industriële gebouw te transformeren tot een multidisciplinair kunstencentrum, met als prominent onderdeel een museum voor moderne en hedendaagse kunst.

Eindelijk, denken de Brusselaars, want zo’n museum is een sappige worst die hen al wordt voorgehouden sinds het Museum voor Moderne Kunst in 2011 moest plaatsmaken voor het Fin-de-Siècle Museum, en de collectie naar de depots verdween. Maar ze zullen nog meer geduld moeten hebben. Pas in de tweede helft van 2019 starten de werkzaamheden en het is nog zeer ongewis wanneer het project uiteindelijk klaar zal zijn. Tot juni volgend jaar is de oude Citroëngarage het huis voor Kanal – Centre Pompidou, zoals het samenwerkingsverband heet.

Zaaloverzicht met ‘Compression “Ricard”’ (1962) van César, foto: Veerle Vercauteren.

Carosserie en showrooms
De entree is spectaculair. Een hoge, grote hal met een enorme installatie van Tinguely die om de zoveel tijd kreunend en piepend in beweging komt. Vervolgens kies je als bezoeker een route die je voert door grote hallen en naar de verschillende etages, een oppervlakte van in totaal 35.000 m². Elke route heeft zijn eigen kleur, gewoon geschilderd op de betonnen vloeren en de hellingbanen, net als de strepen en pijlen op een weg. Alles hier doet denken aan de auto, alsof die hier gisteren nog werd verkocht of gerepareerd. De receptie is er nog, net als de kantoren, de carrosserieafdeling, de bruggen, de spuiterij, de showrooms. En de suppoosten zijn gekleed in blauwe monteursoveralls.

In wat tot voor kort nog een tempel was voor de autocultuur staan nu kunstwerken uit de collectie van Centre Pompidou, aangevuld met werk van enkele Brusselse kunstenaars. Veel grote namen, veel werk dat geweldig is om te zien. De installatie met een groot aantal zitbanken van Franz West bijvoorbeeld, die hier alle ruimte krijgt en als metafoor van stilte en wachten juist op deze plek een mooi tegenwicht biedt aan een omgeving waar het geluid van de auto nog echoot en waar de olie nog te ruiken is. Of de hal met werken van Sol LeWitt, Fred Sandback, Carl Andre en Dan Flavin, met in dezelfde ruimte een van de eerste video’s van Bruce Nauman.

Dan Flavin, ‘Untitled (to Donna) 5a’, 1971. © Dan Flavin, © Centre Pompidou, MNAMCCI/Bertrand Prévost/Dist. RMNGP, © Adagp, Paris, © SABAM Belgium 2018.

Dominant
Juist deze zaal met minimal art brengt ook het probleem aan het licht dat onvermijdelijk kleeft aan de combinatie van een gebouw dat op zichzelf al een ‘kunstwerk’ is en de daarin geplaatste kunst. Het gebouw is te dominant. Er is aan de architectuur en aan de oude functie te veel te zien dat afleidt van de kunst en dat de kunst af en toe zelfs ook wegdrukt. ‘4 Segment Hexagon’ (1974) van Carl Andre is een geometrische vorm van lijnen die op de betonnen werkvloer zijn aangebracht, waar je verderop de lijnen van de genummerde parkeervakken ziet. Je ziet nogal wat bezoekers gewoon aan het stille werk van Andre voorbijlopen, verleid als ze worden door het indrukwekkende gebouw.

Brusselse kunstenaars hebben nog een andere bedenking. Velen zien deze tijdelijke vestiging van het Parijse Pompidou als een vorm van cultureel kolonialisme. Dat heeft niet alleen te maken met een oud minderwaardigheidsgevoel van Brussel jegens het superieure Parijs. Centre Pompidou lijkt de wereld te veroveren. Na Metz en Malaga vestigt het zich begin 2019 ook in Shanghai, president Macron heeft kort geleden in China de deal beklonken. Maar nu is Brussel aan de beurt, een stad waar de moderne en hedendaagse kunst bijna niet te zien is. Eigenlijk is er alleen het relatief kleine Wiels waar jonge, nieuwe kunst getoond wordt, en natuurlijk in de ‘musea’ van particuliere verzamelaars als Vanhaerents. In vergelijking met Gent (Smak) en Antwerpen (Muhka) is Brussel provinciaal. En dat kan nog jaren duren.

Kanal – Centre Pompidou, Akenkaai / Quai des Péniches, 1000 Brussel, België, toegang € 14,00 (kortingen mogelijk), www.kanal.brussels

Hoofdbeeld: Zaaloverzicht met ‘Auditorium’ (1992) van Franz West, foto: Veerle Vercauteren.

Reageer op Cultureel kolonialisme?

Dit veld is verplicht Vul een geldig emailadres in
Dit veld is verplicht

Uw reactie wordt gepubliceerd onder dit artikel en kan gebruikt worden in het tijdschrift.

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.