Tentoonstellingen aanmelden

Feest voor de 150-jarige Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst
Robert-Jan Muller

Kunstcriticus

  • 2 maanden geleden
  • Recensie
  • Beeldende kunst

Sinds 1871 wordt de Koninklijke Prijs uitgereikt aan veelbelovende jonge schilders. Deze jubileumexpositie in het Paleis op de Dam toont hun werk en dat van hun voorgangers, ditmaal te zien in illustere kamers van het paleis. 

Het is een feestelijk jaar voor de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. Al vanaf het begin, 150 jaar geleden, wordt deze door onze vorst of vorstin uitgereikt. Dit jaar, wegens het jubileum, zelfs in tegenwoordigheid van zowel prinses Beatrix als koning Willem-Alexander. En van wie het idee komt is niet helemaal duidelijk, maar het Paleis op de Dam vormt dit jaar het decor voor een selectie van zeventien vorige prijswinnaars en genomineerden. De twee samenstellers, museumconservator Mirjam Westen en kunstenaar/curator Richard Kofi, maakten een selectie vanaf 1980 en kozen soms bestaand werk of vroegen de kunstenaar speciaal voor een specifieke plek in het historische interieur een werk te maken.
Het Paleis op de Dam, halverwege de zeventiende eeuw gebouwd als Amsterdams stadhuis en in 1808 ingelijfd door Lodewijk Napoleon als koninklijk paleis, is een stapeling van geschiedenis die aan allerlei aspecten van de Nederlandse geschiedenis raakt, zoals de regenten- en burgerrepubliek, de monarchie onder de Oranjes en de gewonnen rijkdom van de Gouden Eeuw door handel op de Oost en West. Het is een goudmijn wanneer je daar als kunstenaar een kunstwerk over mag maken en dat ook nog eens mag plaatsen in ruimtes met beladen namen als Troonzaal, Koninklijk Appartement, Mozeszaal, Weeskamer of Vierschaar.

Suzan Drummen, zonder titel, 2021, foto: Benning & Gladkova

Glitters en kristal
In deze jubileumtentoonstelling gaan de kunstwerken in op de geschiedenis en inrichting van het paleis en dat levert een gevarieerd beeld op. De drie meest in het oog springende werken zijn speciaal gemaakt voor deze gelegenheid en meteen de omvangrijkste. Hadassah Emmerich reageert met haar monumentale ‘Binnenstebuiten gekeerde tafel’ op het zeventiende-eeuwse schilderijengeweld van de Mozeszaal. Haar schilderijen, waarop felgekleurde organische vormen zijn afgebeeld, en laden met daarin tekeningen en persoonlijke notities uit haar ouderlijk huis, zijn een mooi contrast tegenover het openbare en plechtstatige decoratieprogramma van die zaal. Suzan Drummen daarentegen gaat geheel mee in de Empire overdaad in de werkkamer van koning Willem-Alexander. Haar vloerinstallatie van glitters, pailletten en kristal is een uitzinnige en vrolijk makende geometrische compositie, waarvan je hoopt dat die ooit nog eens als permanente paleisvloer kan worden uitgevoerd.
Het meest to the point is Helen Verhoevens ruim vier meter brede groepsportret van zo’n beetje alle generaties Oranjes, te zien in de Troonzaal. Tientallen stamleden, vanaf de vijftiende-eeuwse Nassaus (wie kent nog Willem de Sterke?) tot de jongste prinsen en prinsessen, doemen op als schimmen uit het verleden. Het besluit van Verhoeven om een vorstelijk groepsportret te maken lijkt, wanneer je voor het werk staat, zo vanzelfsprekend, dat je vergeet hoe ongebruikelijk het onderwerp is in de hedendaagse kunst.

Niek Hendrix, ‘Dogecoin’, 2021, foto: Benning & Gladkova

Mooi contrapunt
Niet overal zijn de keuzes zo gelukkig uitgevallen. Je moet wel erg geïnteresseerd zijn in de vraag wie Duchamps ‘Urinoir’ eigenlijk heeft gemaakt, om Melissa Gordons schilderij in de Rode Salon naar waarde te schatten. Navid Nuurs doek van gemalen vitamine D-pillen blijft een onduidelijk grijzig paneel in de verte. En bij het rijdende object ‘Pardon my Subjectivity’ van Isabel Cordeiro lijkt er wat mis te zijn gegaan tussen bedenken en uitvoeren. Maar daartegenover staan weer rake combinaties van kunstwerk en plek, zoals de trompe l’oeil van Niek Hendrix in de Thesaurie Ordinaris. Of het portret van een zwarte familie door de Brits-Nigeriaanse Esiri Erheriene-Essi, dat met zijn lichte kleuren een mooi contrapunt geeft aan de voorname Oranjeportetten in de Kleine Ontvangkamer.
En wat de drie prijswinnaars van dit jaar betreft: Rinella Alfonso (1995), Philipp Gufler (1989) en Hend Samir (1986) laten zien dat schilderkunst nu een medium bij uitstek is om verhalen te vertellen over zaken als queer identiteit, gender en gemeenschapszin. In drie toegankelijke interviews door jurylid Heske ten Cate vertellen ze erover in de catalogus. Geen abstracte verhalen over kunst en concept, maar over identiteit en motivatie. Ik kan me niet heugen dat de Koninklijke Prijs en dat wat nu in de maatschappij wordt bediscussieerd, zo dicht bij elkaar hebben gelegen. 

Hend Samir, ‘The Play Ground’, 2021, foto: Tom Haartsen

Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst, t/m 3 oktober in het Paleis op de Dam, Amsterdam, MK geldig, www.paleisamsterdam.nl

Hoofdbeeld: Helen Verhoeven, ‘The Family’, 2021, courtesy Helen Verhoeven & Galerie Stigter Van Doesburg, Amsterdam,
foto: Jeroen van der Meyde

Reageer op Feest voor de 150-jarige Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst

Dit veld is verplicht Vul een geldig emailadres in
Dit veld is verplicht

Uw reactie wordt gepubliceerd onder dit artikel en kan gebruikt worden in het tijdschrift.

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.