Tentoonstellingen aanmelden

Kracht en kwetsbaarheid in de transscene
Edo Dijksterhuis

Kunstcriticus

  • 2 maanden geleden
  • Recensie
  • Beeldende kunst

Remsen Wolff fotografeerde in de vroege jaren ’90 transgenders in Amsterdam. Dertig jaar lang bleven de foto’s ongezien. Nu sluit het werk naadloos aan bij het actuele diversiteitsdebat.

Dat voetbalhufter René van der Gijp niet eens zo heel lang geleden op tv verscheen in een jurk met pruik om de transitie van een Belgische verslaggever te ridiculiseren, schetst het onbegrip waar transgenders nog dagelijks op stuiten. En dat terwijl volgens het CBS 0,9% van de Nederlandse bevolking transgender is en volgens Transgender Netwerk Nederland zelfs 2%.
Ook in musea blijven transgenders grotendeels buiten beeld. Foam brengt daarin verandering door ‘Amsterdamse meiden’ van Remsen Wolff (1940-1998) te tonen. Het is een postuum eerbetoon aan de Amerikaanse fotograaf die deze serie al dertig jaar geleden maakte. Maar het is ook een handig inspringen op de politieke mode. ‘Diversiteit’ is immers het toverwoord in alle cultuurbeleidsnota’s en een keihard criterium bij subsidieaanvragen. Na een hausse aan tentoonstellingen geïnspireerd door de Black Lives Matter-beweging en het dekolonisatiedebat is aandacht voor genderdiversiteit een logische volgende stap.

Remsen Wolff, ‘Joris’, Amsterdam 24 april 1991, The Remsen Wolff Collection, Courtesy Jochem Brouwer 2020

Modellen uit de iT
Wolff werkte tussen 1990 en 1992 aan het project ‘Special Girls – A Celebration’. Daarvoor verbleef hij een maand per jaar in het American Hotel, waar hij zijn kamer verbouwde tot fotostudio. Modellen vond hij in clubs als de RoXY en de iT of via advertenties in de Gaykrant. Voor de sessies, die rustig zes tot acht uur konden duren, vroeg hij ze drie outfits naar eigen keuze mee te nemen. De modellen kregen zestig gulden per uur betaald. Dat laatste staat expliciet vermeld in de zaaltekst om te benadrukken dat we hier niet te maken hebben met exploitatie van een toch al kwetsbare groep.
Niet dat Wolff een roofdier was, integendeel. Hij identificeerde zich sterk met zijn modellen. Na een geprivilegieerde jeugd had hij kunstgeschiedenis gestudeerd aan Harvard, was getrouwd en had twee kinderen gekregen. Maar een groeiende twijfel aan zijn eigen genderidentiteit deed hem het gezin verlaten. Met de erfenis van zijn moeder en het smartengeld dat hij kreeg na valselijk te zijn beschuldigd als seriemoordenaar, kon hij zich volledig wijden aan de fotografie. In 1998 maakte Wolff, die zich toen Vivienne Blum noemde, een einde aan zijn leven om de onvermijdelijke aftakeling door kanker voor te zijn. Zijn Amsterdamse assistent kreeg het archief met 200.000 negatieven in bewaring, waarvan de helft behoort tot het ‘Special Girls’-project.

Remsen Wolff, ‘Vera Springveer’, Amsterdam 25 april 1991, The Remsen Wolff Collection, Courtesy Jochem Brouwer 2020

Trots en kwetsbaar
Slechts een heel klein deel van Wolffs magnum opus is nu te zien in Foam. Direct in het oog springen de portretten van Hellun Zelluf en Jet Brandsteder, flamboyante sterren uit het clubcircuit met gebeeldhouwde coupes, waanzinnige wimpers en luidruchtige sieraden. Deze foto’s roepen meteen de tijd op van het Amsterdam dat toen bekendstond als ‘gay capital of the world’. Maar het merendeel van de transvrouwen, cross-dressers en non-binaire personen die Wolff voor zijn camera kreeg zijn onbekend. Close-ups van voeten in pumps, jarretels en fetisj leer worden afgewisseld met vrij sobere portretten. Ze lijken simpel, maar de contactvellen in de vitrines laten zien hoe eindeloos veel, soms minimaal variërende poses Wolff uitprobeerde voordat hij de juiste balans tussen kracht, trots en kwetsbaarheid had gevonden. Een van de beste werken is het portret van de dromerig kijkende Joris, die een jurk en lang haar combineert met behaarde scheenbenen en doorlopende wenkbrauwen. Mannelijkheid en vrouwelijkheid lopen hier volledig vanzelfsprekend in elkaar over.
Als er een kanttekening gemaakt kan worden dan is het dat Wolffs werk een extra laag mist. Eentje die je bijvoorbeeld wel ziet in het oeuvre van Risk Hazekamp, die zichzelf onder andere afbeeldde als James Dean en daarmee persoonlijke expressie koppelde aan kritiek op de clichématige beeldvormingsfabriek van Hollywood. ‘Amsterdamse meiden’ is getuigeniskunst, meer documentair dan artistiek diepgravend. Maar voor de zichtbaarheid van transgenders is ze van grote waarde.

Remsen Wolff, ‘Hellun Zelluf’, Amsterdam 14 november 1990, The Remsen Wolff Collection, Courtesy Jochem Brouwer 2020

Remsen Wolff – Amsterdamse meiden’, t/m 6 december in Foam, Amsterdam, MK geldig, www.foam.org. In verband met corona-maatregelen geeft Foam voorrang aan bezoekers met een gereserveerd ticket, zie https://www.foam.org/nl/museum/bezoekersinformatie

Hoofdbeeld: Remsen Wolff, ‘Patch’, Amsterdam 22 april 1992, The Remsen Wolff Collection, Courtesy Jochem Brouwer 2020


Reageer op Kracht en kwetsbaarheid in de transscene

Dit veld is verplicht Vul een geldig emailadres in
Dit veld is verplicht

Uw reactie wordt gepubliceerd onder dit artikel en kan gebruikt worden in het tijdschrift.

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.

Er zijn 3 reacties op Kracht en kwetsbaarheid in de transscene