Tentoonstellingen aanmelden

Kunst als basis voor vriendschap
Mara Kunstman

Stagiair Museumtijdschrift

  • 1 maand geleden
  • Blog
  • Beeldende kunst

Beeld: kunsthistoricus Barbara Mensink. Foto: Marleen van Mier

Niet Vincent de kluizenaar, maar Vincent als sociaal wezen staat centraal op een tentoonstelling in Het Noordbrabants Museum. Speciaal voor Museumtijdschrift sprak kunsthistoricus Barbara Mensink over Van Goghs talrijke vriendschappen en relaties.

“Evenzeer als ieder ander heb ik behoefte aan betrekkingen van vriendschap of genegenheid of vertrouwelijken omgang en ben niet als een straatpomp of lantaarnpaal hetzij uit steen of ook uit ijzer vervaardigd.” Deze woorden schreef Vincent van Gogh (1853-1890) in augustus 1879 aan zijn broer Theo. Zowel de tentoonstelling ‘Van Goghs intimi’ in Het Noordbrabants Museum als de lezing van Barbara Mensink bij deze tentoonstelling begint met dit citaat. De woorden laten zien dat het gangbare beeld van Van Gogh als eenzame kunstenaar genuanceerd moet worden: hij was een man die gedurende zijn bewogen leven vele contacten, vriendschappen en liefdes kende.

Vincent kwam uit een gezin met zes kinderen en genoot een warme opvoeding van zorgzame ouders. Op aanraden van zijn broer Theo, met wie hij de hechtste band had, werd hij kunstenaar. Hij volgde lessen aan de kunstacademie in Brussel, maar was er niet gelukkig en keerde al gauw terug naar zijn ouderlijk huis in Etten. Hier raakte hij bevriend met zijn nicht en weduwe Kee Vos-Stricker, die bij de familie logeerde en voor wie hij al snel warme gevoelens koesterde. Mensink vertelt over het eerste, niet bijzonder succesvolle huwelijksaanzoek dat Vincent aan zijn nicht deed: op de vraag of zij met hem wilde trouwen, antwoordde ze bruusk: “Nooit, neen, nimmer”.

Beeld: lezing Van Goghs intimi. Foto: Marleen van Mier

Kunstenaarscollectief
Zijn familie verbood hem zijn nicht nog te zien en Vincent vertrok naar Den Haag, waar hij schilderles kreeg van zijn oom Anton Mauve en bevriend raakte met kunstenaars als Herman van der Weele en George Hendrik Breitner. Den Haag was tevens de plek waar zijn eerste liefdesrelatie ontstond, vertelt Mensink. Hij woonde een jaar samen met Sien Hoornik en haar kinderen, die regelmatig voor zijn schilderijen poseerden.

Foto: Joep Jacobs

Vincent genoot van het gezinsleven, maar zijn verhouding met voormalig prostituee Sien was omstreden en bijna al zijn vrienden keerden hem de rug toe.

Vincent trok weer in bij zijn ouders, die inmiddels in het Brabantse Nuenen woonden. Hier kreeg hij voor het eerst leerlingen, waar soms mooie vriendschappen uit voortvloeiden. Regelmatig trok hij met zijn leerling Anton Kerssemakers de natuur in om te schilderen. Thuis was de sfeer echter gespannen. Vooral op godsdienstig gebied raakte hij vaak in conflict met zijn vader en ook zijn moeder Anna vond dat Vincent voor veel onrust zorgde in huis. In 1886 reisde hij Theo achterna naar Parijs. Mensink legt uit dat we van deze periode het minst weten, omdat de briefwisseling met Theo tijdelijk stil kwam te liggen. In het Parijse atelier van Fernand Cormon maakte Vincent kennis met veel kunstenaars, waaronder Henri de Toulouse-Lautrec, Georges Seurat en Paul Signac. Hij was onder de indruk van hun post-impressionistische werk en al snel ontstond bij Vincent het idee om met zijn nieuwe vrienden een kunstenaarscollectief op te richten in Zuid-Frankrijk.

Condoleancebrieven
Hij vertrok naar het Gele Huis in Arles en zijn correspondentie met Theo werd voortgezet, waarin hij openhartig vertelde over de vriendschappen en relaties die hij aanging. In Arles leerde hij de familie Roulin kennen, van wie hij in totaal maar liefst 25 werken schilderde. Verbeeldingen van Joseph Roulin, zijn vrouw Augustine en hun kinderen worden aan het publiek getoond, er wordt gelachen om het sprekende portret van de ietwat forse baby Marcelle.

Foto: Joep Jacobs

Het gedroomde kunstenaarscollectief in Arles bleek een utopie, maar Paul Gauguin, in wie Vincent een zielsverwant zag, reisde hem op uitdrukkelijk verzoek van Theo wel achterna naar Arles. De temperamentvolle kunstenaars kregen echter binnen de kortste keren ruzie en na een inzinking kwam Vincent in een inrichting terecht. Uiteindelijk keerde hij terug naar Noord-Frankrijk, waar hij op 29 juli overleed.

Foto: Joep Jacobs

Dat er tal van vrienden waren die bewondering en liefde voor de kunstenaar koesterden, blijkt uit de grote hoeveelheid hartverwarmende condoleancebrieven die na zijn dood gestuurd werden. Deze brieven zijn nu samen met een verzameling kunstwerken tentoongesteld, die getuigen van Vincents vriendschappen. In bijna al zijn relaties stond kunst centraal. Zijn vrienden waren kunstenaars, leerlingen en modellen. Er is dus geen betere manier om een beeld te krijgen bij het inspirerende verhaal van Mensink dan na afloop deze prachtige werken in het echt te bekijken – van Vincent én van zijn intimi.

‘Van Goghs intimi – vrienden, familie, modellen’, t/m 12 januari in Het Noordbrabants Museum, ’s-Hertogenbosch, MK geldig, hnbm.nl 

Museumtijdschrift dankt Het Noordbrabants Museum en Barbara Mensink voor de boeiende lezing en de hartelijke ontvangst.

Hoofdbeeld: Marleen van Mier

Reageer op Kunst als basis voor vriendschap

Dit veld is verplicht Vul een geldig emailadres in
Dit veld is verplicht