Tentoonstellingen aanmelden

Achter de schermen bij… het Rijksmuseum & ‘Vergeet me niet’

  • 4 weken geleden

In Museumtijdschrift leest u in elke editie over de mooiste en meest bijzondere tentoonstellingen van het moment. Wie zijn de mensen achter de tentoonstelling? Welke keuzes maken zij, welke uitdagingen komen op hun pad? Deze week: Matthias Ubl, conservator van het Rijksmuseum in Amsterdam, over de tentoonstelling ‘Vergeet me niet’. Waarom is het excentrieke diptiek van een anonieme meester een van zijn favorieten? En hoe lukte het hem om zulke topstukken uit het buitenland te halen in coronatijd?

Hoe is de selectie kunstenaars tot stand gekomen?
“Het uitgangspunt voor de tentoonstelling was de collectie van het Rijksmuseum: prachtige portretten uit de Renaissance (grofweg tussen 1470 en 1570) vooral gemaakt door kunstenaars afkomstig uit de Nnordelijke gewesten van de Lage Landen, zoals Jacob Cornelisz, Jan Jansz Mostaert, Jan van Scorel, Maarten van Heemskerck, Dirck Jacobsz, Jan Cornelisz Vermeyen, Anthonis Mor en Johan Gregor van der Schardt. Maar ook enkele voortreffelijke werken uit Italië van Piero di Cosimo, Paolo Veronese en Giovanni Battista Moroni. Deze collectie wilden wij in een Europese context laten zien. Dat is vaker gebeurd, maar meestal alleen met werken uit Vlaanderen en Italië. Wij wilden juist ook portretten uit Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Frankrijk tonen, die zelden tot nooit in deze context te zien zijn.
Tijdens de voorbereidingen kristalliseerden zich al snel bepaalde kunstcentra en kunstenaars uit, die voor de portretkunst van centraal belang waren. Daarnaast hebben we ook juist minder voor de hand liggende kunstenaars gekozen, van wie de portretten duidelijk een verhaal vertellen. Zo is bijvoorbeeld een portret van Beetke van Rasquert opgenomen dat door een onbekende, waarschijnlijk Groningse schilder werd gemaakt. Beetke van Rasquert was een zeer eigenzinnige Groningse vrouw en dat lijkt prachtig te worden weerspiegeld in de opmerkelijke frontale pose.”

Petrus Christus, ‘Jonge vrouw’, ca. 1470, Gemäldegalerie der Staatlichen Museen zu Berlin

Wat vindt u het bijzonderste stuk in de tentoonstelling?
“Alle gekozen werken hebben een bijzonder verhaal waardoor de keuze moeilijk is. Na drie jaar voorbereiding heb ik eigenlijk met ieder stuk een bijzondere band. Neem bijvoorbeeld het diptiek van Hieronymus Tscheckenbürlin. Het is ‘one of a kind’ en laat het levensverhaal van een jonge rijke Bazelse man zien, die op zijn 26e besluit afstand te nemen van zijn luxe leven en in te treden in het Kartuizer klooster. Dat heeft de anonieme Bovenrijnse kunstenaar op een buitengewone manier afgebeeld. Het werk is gebaseerd op de manier waarop echtelieden werden geportretteerd, maar in plaats van een vrouw biedt de geportretteerde een verlovingsbloemetje aan een skelet aan, de dood, die verrukt naar de vrijer kijkt.
Het portret van Ranuccio Farnese door Titiaan is ook geweldig. Ik ken geen ander portret waarop zo subtiel een jongen tussen kind en volwassen zijn, is weergegeven. Of neem het familieportret waarop ouders en kinderen rouwend om hun net overleden zoon en broer staan. Het is een volstrekt uniek schilderij, en de manier waarop de schilder erin is geslaagd om in de gezichtsuitdrukking het verdriet af te beelden is om sprakeloos van te worden.
Petrus Christus’ portret van een jonge vrouw is natuurlijk een icoon van de Vlaamse schilderkunst van de vijftiende eeuw, alhoewel we niets over deze mysterieuze jonge vrouw weten. Zo kan ik nog wel even doorgaan…”

Onbekende meeser, ‘Hieronymus Tscheckenbürlin en de verpersoonlijking van de dood’, 1487, Kunstmuseum Basel

Kunt u iets vertellen over de bijzondere bruiklenen?
“Iedere bruikleen is erg bijzonder. Het is een grote eer dat bijna vijftig instellingen en collega’s hun geliefde topstukken hebben uitgeleend. Het Kunstmuseum Basel was bijvoorbeeld uitermate gul wat betreft het aantal en de keuze: van de levensgroot ten voeten uit portretten van Tobias Stimmer tot absolute topstukken van Hans Holbein. De bruiklenen uit Washington waren tot kort voor de opening onzeker in verband met de coronamaatregelen. Andere werken kenden wij alleen van afbeeldingen, omdat wij tijdens de lockdown niet konden reizen om de objecten met eigen ogen te zien. De prachtige bronzen hoofden uit Veurne konden we uiteindelijk pas drie maanden voor de opening in het echt zien.
Dat de lang gekoesterde droom van het Rijksmuseum uit is gekomen om de ‘Pleurants ‘van het graf van Isabella van Bourbon te herenigen met het ligbeeld van Isabella dat normaal gesproken in de Kathedraal van Antwerpen wordt bewaard, is een klein wonder.”

Grafmonument van Isabella van Bourbon

Rijksmuseum, Amsterdam, MK geldig, www.rijksmuseum.nl