Tentoonstellingen aanmelden

Rijksmuseum koopt Meissen-porselein terug

  • 4 dagen geleden

Het Rijksmuseum heeft een groot deel van een topcollectie Meissen-porselein kunnen kopen, waaronder de twee hoogtepunten, een klok en een koffie- en theeservies. Het gaat om de Meissen-verzameling van het Duits-Joodse echtpaar Franz en Margarethe Oppenheimer, dat het in aanloop naar de Tweede Wereldoorlog gedwongen moest verkopen. Sinds 1952 bevond de verzameling zich in het Rijksmuseum. In 2019 werd zij door de Restitutiecommissie toegewezen aan de erven van vroegere eigenaren, die ze vandaag bij Sotheby’s in New York lieten veilen.

Taco Dibbits, hoofddirecteur Rijksmuseum: “Het is belangrijk dat op deze manier wordt bijgedragen aan rechtsherstel aan de nabestaanden van de familie Oppenheimer. Het is fantastisch dat we zo’n groot deel van deze topcollectie Meissen-porselein kunnen verwerven en blijvend kunnen laten zien. Het stelt ons bovendien nu in staat in het museum aandacht te besteden aan het persoonlijke verhaal van dit echtpaar en de lotgevallen van hun collectie in en na de Tweede Wereldoorlog.”

‘Wit goud’
Meissen-porselein vormt een hoogtepunt in de geschiedenis van de Europese toegepaste kunst. Aan het hof in Dresden werd in 1708 onder patronaat van de Saksische keurvorst Augustus de Sterke het eerste Europese porselein gemaakt. Tot dan toe was het geheim van de productie van het ‘witte goud’ alleen in Azië bekend. De verzameling van het echtpaar Oppenheimer bevatte voorbeelden van de allerbeste beschildering en vergulding. Veel van wat zij verzamelden, was voor de paleizen van Augustus de Sterke gemaakt. Mede daarom is deze Meissen-collectie wereldberoemd.

Herkomstgeschiedenis
Onder druk van vervolging door het naziregime vluchtte het Joodse echtpaar Oppenheimer in 1936 van Berlijn naar Oostenrijk en in 1938 naar de Verenigde Staten. Bij hun vlucht van Duitsland naar Oostenrijk namen zij een deel van hun verzameling mee. Hiervan werd een groot deel tussen 1936 en 1939 verkocht aan de in Amsterdam woonachtige verzamelaar Fritz Mannheimer. Na zijn overlijden in 1939 werd zijn nalatenschap failliet verklaard. De curator heeft de collectie vervolgens onder dwang aan de nazi’s verkocht om de schuldeisers van de bank te kunnen betalen. Na de oorlog is de collectie in beheer gekomen van de Nederlandse Staat, die deze overdroeg aan het Rijksmuseum.

Restitutie
In 2015 hebben de erven van Franz en Margarethe Oppenheimer een claim op ruim honderd objecten uit de Rijkscollectie ingediend bij het ministerie OCW. Op advies van de Restitutiecommissie heeft de minister in 2019 ingestemd met teruggave aan de erfgenamen.
Het Rijksmuseum doet sinds 2012 ook zelf onderzoek naar de herkomstgeschiedenis van zijn collectie met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog. De collectie Oppenheimer is door het museum op de website ‘Museale Verwervingen vanaf 1933’ aangemerkt als een collectie met een niet heldere herkomst.
Het Rijksmuseum kocht de collectie aan dankzij steun van de Vereniging Rembrandt, het Mondriaan Fonds, het Nationaal Aankoopfonds van het ministerie van OCW, de VriendenLoterij en een particuliere schenker via het Rijksmuseum Fonds.

Bronnen: Rijksmuseum en Vereniging Rembrandt
Beeld: Servies met het wapen van de familie Morosini, Meissen, 1731