Tentoonstellingen aanmelden

Tederheid; de column van Oek de Jong

  • 3 maanden geleden

Als vaste columnist van Museumtijdschrift geeft Oek de Jong in elk nummer zijn kijk op kunst. In deze column, uit Museumtijdschrift nummer 4, over Willy Ronis en de pretentieloze foto die hem wereldberoemd zou maken. 

In de grote tijd van de zwart-witfotografie is een aantal fotografen wereldberoemd geworden dankzij één enkele foto. U kent ze wel. Robert Capa: de dodelijk getroffen en achterovervallende soldaat in de Spaanse Burgeroorlog. Robert Doisneau: de kus van een jong stel te midden van voorbijgangers in Parijs. Emmy Andriesse: het uitgemergelde jongetje met zijn lege pan in de Amsterdamse Hongerwinter. Willy Ronis (1910-2009) werd wereldberoemd met deze foto: ‘Le nu provençal, Gordes’ uit 1949.

Ronis was een Parijzenaar, zoon van Joodse ouders uit Odessa en Litouwen. Zijn vader had een fotostudio op Montmartre, zijn moeder was pianolerares. Na de dood van zijn vader in 1936 en de liquidatie van de fotostudio werd Ronis freelancefotograaf voor kranten en weekbladen. Hij was een man met linkse sympathieën, als fotograaf vooral geïnteresseerd in de levens van de gewone man en vrouw. Hij maakte veel foto’s in Parijse arbeidersbuurten. In 1941 vluchtte hij voor de nazi’s naar het onbezette deel van Frankrijk, waar hij ook niet veilig was, maar toch wist te overleven. Hij ontmoette er zijn vrouw Marie-Anne Lansiaux, schilder en een felle communiste. In 1949 kochten ze een oud en leegstaand huis in Gordes, een stadje op een berghelling in de Provence. In dat huis werd deze foto genomen.

Willy Ronis heeft het verhaal zelf meerdere malen voor een camera verteld. Het gebeurde op een warme middag in juli. Hij was op zolder bezig met specie gaten in de muren te dichten en miste opeens een kleine troffel. Hij liep de trap af om de troffel te halen, wierp in het voorbijgaan een blik in de slaapkamer en zag daar zijn vrouw Marie-Anne voor het wasbekken staan, net wakker geworden uit haar siësta. Hij vroeg haar zo te blijven staan, griste met zijn vuile handen zijn Rolleiflex van een kast in de slaapkamer en maakte vier opnames. Daarna liep hij naar beneden om zijn troffel te halen en ging verder met zijn werk op zolder. Het was in twee minuten gebeurd.

De sfeer in de foto is die van een warme middag, van intimiteit en van een eenvoudig leven op het platteland. De vrouw is een gewone vrouw, niet opvallend mooi. Ze staat op een rieten mat voor het allersimpelste wasstel dat er destijds te krijgen was. De vloer is oud en ongelijk, veel plavuizen zijn gebroken of verdwenen. Een lampetkan, een wasbekken, een handdoekje, een spiegel aan een touwtje en een spijker, een Van Gogh-stoeltje en bij het raam een vijzel. Het luik is verweerd en krakkemikkig. We bevinden ons in een boerenhuis dat heeft leeggestaan en in verval is geraakt.

De vrouw van Ronis wist dat ze werd gefotografeerd. Ze bleef ongedwongen, want het was haar man die haar fotografeerde, heel terloops, en hij stond bovendien achter haar en alleen de achterkant van haar lichaam was blootgesteld aan de camera. Maar in de foto lijkt het of ze zich niet van de aanwezigheid van een ander bewust is. Dat geeft de foto mede zijn kracht. Hij was minder sterk geweest als ze over haar schouder had gekeken en had geglimlacht. Het gaat om dat onbewaakte, pretentieloze, niet-zelfbewuste, niet-sensuele en zo heel gewone van deze naakte vrouw – die je daarom ook nauwelijks ervaart als naakt.

Het gaat om dat zo heel gewone van deze naakte vrouw.

Er spreekt een grote tederheid uit de foto, en vooral dat verklaart waarom hij zo geliefd werd. Op een onbewust niveau ervaar je hem misschien zelfs wel als beeld van een paar, van een vrouw en haar man, die haar fotografeert, en gaat de foto dus ook over samenzijn.

Iedereen die weleens tijdens de zomer in zo’n oud boerenhuis heeft gebivakkeerd, herkent de situatie. De hitte, de overdaad aan zonlicht, het geluid van krekels in de stilte van de middag en de geur van tijm die naar binnen glijdt. Het hout van het luik, hoe dat aanvoelt: droog, ruw, verweerd. Rondom het huis staat het gras kniehoog. In de vervallen schuur hangt nog ergens een zeis. ’s Avonds als het afkoelt zit je bij een vuurtje onder de sterren. Het leven is er simpel en primitief, maar je bent ook van veel overbodigs verlost. Zo was het voor Willy Ronis en zijn vrouw Marie-Anne toen ze in 1949 hun intrek namen in dat verlaten boerenhuis in Gordes. Ze gingen aan de slag om het op te knappen. Tussen de bedrijven door maakte Ronis de foto van zijn leven.

Overigens was Willy Ronis niet de maker van één enkele, maar van vele geweldige foto’s. In al die foto’s tref je zijn warmte en oog voor de poëzie van het dagelijks leven. Een retrospectief van zijn werk in het Parijse Palais Megève trok onlangs vijfhonderdduizend bezoekers.

Hoofdbeeld: Willy Ronis, ‘Le nu provençal, Gordes’, 1949, zilvergelatinedruk, 26 x 20 cm, © kunstenaar/RMN

Reageer op Tederheid; de column van Oek de Jong

Dit veld is verplicht Vul een geldig emailadres in
Dit veld is verplicht

Uw reactie wordt gepubliceerd onder dit artikel en kan gebruikt worden in het tijdschrift.

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.

Er zijn 6 reacties op Tederheid; de column van Oek de Jong
  1. Helga Hofmans

    Met veel genoegen herlees ik je column bij de foto van Willy Ronis .
    Mooi én ontspannend! Ik ervaar het als een rustmoment. Dank je.

  2. Sjoerd Wiegersma

    Prachtig dat witte licht. en dan die ‘aureolen’ boven haar hoofd en rond haar voeten. Inderdaad, iets voor de eeuwigheid.

  3. Eric Buschgens

    Mooi beschreven, het mysterieuze komt op mij over als de oude deur die wat open staat bij een vervallen boerderij op het Franse platteland. Ook die openstaande deur, die net even een blik gunt aan de kijker op wat er in het huis gebeurt, is quasi toevallig vastgelegd en materiaal van de deur, de drempel, het gebladderde oppervlak en de belichting maken zo’n moment opeens bijzonder.

  4. Mirjam

    Liefdevol eerbetoon aan het werk van Willy Ronis, maar ook aan wat samen- zijn (zoveel soorte van) kan zijn!