Tentoonstellingen aanmelden

Ode aan groen, licht en lucht
Chris Reinewald

Journalist vormgeving

  • 2 weken geleden
  • Recensie
  • Design en toegepaste kunst

Wat Cornelis van Eesteren niet is gelukt, lukte het Van Eesteren Museum wel. Onlangs opende een prachtig, nieuw paviljoen aan de Sloterplas, geheel gewijd aan zijn belangrijkste schepping: de tuinstad.

Van Eesteren Paviljoen, foto: Luuk Kramer.

Licht, lucht en ruimte voor iedereen. Zo moesten Amsterdamse tuinsteden volgens architect en stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren (1897-1988) zijn. Vanaf de jaren vijftig werden in de toen nieuwe Westelijke Tuinsteden gezinnen gesticht en grootgebracht. Nu zijn de woningen gerenoveerd, en zijn er nieuwe generaties gekomen met nieuwe nationaliteiten. Schrale parken veranderden in stadsbossen waar Turkse Amsterdammers barbecueën.

In 2010 brachten buurtbewoners van het eerste uur een eerbetoon aan hun wijk en zijn schepper door zelf een Van Eesteren Museum op te zetten. Dat verhuisde eind oktober van een oude ambachtsschool naar een splinternieuw paviljoen aan de inmiddels weelderig begroeide Sloterplas. Daarmee is het plan van Van Eesteren in feite voltooid, want al in 1939 tekende hij op precies deze plaats een paviljoen dat nooit verwezenlijkt leek te worden.

Geometrisch
In dit De Stijl-jaar denk je bij architectuur eerder aan Gerrit Rietveld dan aan Cornelis van Eesteren. Toch liet Van Eesteren – in het begin via Theo van Doesburg voor korte tijd betrokken bij de modernistische De Stijl-beweging – meer sporen na dan Rietveld. Hij ontwierp verschillende huizen, en tekende tussen 1945 en 1965, de wederopbouwperiode, als hoofd Stadsontwikkeling voor Amsterdam letterlijk en figuurlijk nieuwe stadswijken uit.

Rond de voor bouwzandwinning tot veertig meter uitgediepte Sloterplas verrezen in het uiterste westen de tuinsteden Slotermeer, Geuzenveld, Osdorp en Slotervaart. Hetzelfde Algemene Uitbreidingsplan (AUP) verlegde daarna zijn activiteiten naar de zuidgrens: de polder Buitenveldert. Met een strakker geometrisch stratenpatroon, meer groen en ruimte, sociale woningbouw én koophuizen vond Van Eesteren deze tuinstad achteraf het best uitgebalanceerd. De stedenbouwer woonde er zelf, naast toenmalig premier Den Uyl (PvdA).

Van Eesteren Paviljoen, foto: Luuk Kramer.

Handig dweilen
Ook in het nieuwe, houten museumpaviljoen strooien architecten Rien Korteknie en Mechthild Stuhlmacher met licht en ruimte. Tekstborden met foto’s, maquettes en plattegronden staan naast typische jaren 60-interieurhoekjes, compleet met Tomadorekjes, Pastoemeubels en Hema-plantenpotten met De Stijl-vierkantjes. Op een klein metalen bureau ligt de doktersjas van Van Eesteren die hij graag droeg. Het ontwerpen van stadswijken vereist hygiëne.

Woonblok Slotermeerlaan/Van Deysselstraat (bijnaam ‘de Verfdoos’), ontworpen door Allert Warner tussen 1956 en 1959, foto: Chris Reinewald.

Met kleuren en cijfers op de wijkplattegrond verdeelde Van Eesterens architectenbureau de huizenblokken netjes onder de verzuilde woningbouwverenigingen. Dr. Schaepman voor rooms-katholieken, Zomers Buiten voor laag geschoolde gemeente ambtenaren, Eigen Haard voor socialisten en Patrimonium voor protestanten. Wél samen in kleinstedelijke buurten, maar nooit huisden meerdere geloven onder één dak. Keramische reliëfs met heiligen of rustende arbeiders boven de portiekingang verraden welke gezindte bewoners hier woonde. In het plantsoen tussen rood gepuntdakte huizenblokken speelden kinderen van ieder geloof op klimrekken en in de zandbak. Zitbanken eromheen.
Van Eesteren verrichtte in Zweden gedetailleerd onderzoek naar sociale woningbouw. In een getypt verslag noteert hij: “Trappenhuizen met treden van fraai granito, overloopjes met opstaande randjes”. Handig dweilen! Dat nam hij precies zo over.

Ideaal versus werkelijkheid
Het Van Eesteren Museum heeft meer te bieden dan het paviljoen, waar de vaste tentoonstelling over het erfgoed van Van Eesteren is te zien. Van daaruit kun je in de omgeving ook begeleide wandelingen en fietstochten maken.

Van Eesteren Paviljoen, bureau en stofjas van Cornelis van Eesteren, foto: Chris Reinewald.

De bijbehorende Van Eesteren Museumwoning in een hoekhuis aan de Freek Oxstraat maakt de tijdreis naar naoorlogse woonidealen compleet. Wonen in nieuwbouw was een leerproces. Op een interieurfoto in het paviljoen zagen we al een gezin in hun zondoorzeefde, maar ook wat krappe huiskamer. Strak-moderne meubels moesten ruimte creëren om te lezen of naar de radio te luisteren. De badkamer was voorzien van een lavet: een kinderbadkuip annex wastobbe. Ook het hoekhuis werd heringericht in de idealistische maar dwingende Goed Wonen-stijl, met lichte, functionele meubels, gordijnen en lampen van ontwerpers als Willem Gispen en Mart Stam.
In werkelijkheid hadden de kersverse tuinstedelingen, verhuisd uit bedompte sloppenwijken, toen amper geld voor zo’n verantwoord modern interieur. En net als in Zweden vertikten Amsterdammers het om de fiets in hun berging te zetten. Ze kwakten hun rijwiel gewoon tegen muur, heg of hek.

Van Eesteren Museum, Noordzijde 31, Amsterdam, toegang €2,50
Van Eesteren Museumwoning, Freek Oxstraat, afspraak via museum, toegang €12,50
www.vaneesterenmuseum.nl

Hoofdbeeld: Van Eesteren Paviljoen, foto: Luuk Kramer.

Reageer op Ode aan groen, licht en lucht

Dit veld is verplicht Vul een geldig emailadres in
Dit veld is verplicht

Er zijn 3 reacties op Ode aan groen, licht en lucht
  1. Martijn

    Fijn stuk om te lezen! Ik spring binnenkort op de fiets, het ziet er prachtig uit op de foto’s. Hebben ze ook appeltaart bij de koffie?