Tentoonstellingen aanmelden

Paradijs bij het zolderraam
Chris Reinewald

Journalist vormgeving

  • 3 maanden geleden
  • Recensie
  • Beeldende kunst

Het eigenaardige oeuvre van de Vlaamse schilder Edgard Tytgat zit vol met huiselijke naakten en erotische fantasietjes. De verstopte betekenissen geven zich pas prijs als je zijn prachtige tentoonstelling in Schiedam tweemaal bekijkt.

Edgard Tytgat (1879-1957) liet zich niet door ‘actualiteit besmetten’. Op exposities bekeek hij hoofdschuddend het ‘breinbedrijf der abstracten’ of de ‘buikbemoeiingen der surrealisten’. Dat hij eerst net zo met kleur strooide als zijn jong gestorven vriend en kunstenaar Rik Wouters maakte Tytgat nog geen fauvist. James Ensor met zijn surreëel postimpressionisme of de naïeve expressionist Gust De Smet waardeerde hij evenzeer. Maar het meest verwant voelde Tytgat zich met de sprookjestaferelen van de Rus Marc Chagall, die hij in 1926 ontmoette.

Edgard Tytgat, ‘Overspelige vrouw’, 1949. Privécollectie, Copyright Dieter Daemen.

Hoewel zijn schilderstijl naief aandoet, was de kunstacademisch geschoolde Tytgat dat zelf allerminst. Op het schilderij ‘Meisje op mansarde’ geeft een bleu meisje zich schoorvoetend bloot. Meestal is dat Maria de Mesmaeker, zijn latere vrouw en muze, die zich ooit zo voor hem ontkleedde.

Edgard Tytgat, ‘Gevolg van een onderbroken wandeling’, 1939. Groeningemuseum Brugge.

Tytgat schilderde graag zo’n kwetsbaar naakt, die in haar afgestroopte kleren afwacht welke pose de schilder wenst. Onbevangen, het paradijs onder het zolderraam. In een ander doek zien we een naakte, overspelige vrouw, op het bovenste verdiep. De brave blauw-wit geblokte pyjamabroek van haar namiddagse minnaar maakt de zonde vergeeflijk. Maar kijk nog een keer: aan de overkant heeft de buurman in zijn geopende raam alles gezien.

Hallucinaties
In een filmpje op de tentoonstelling vertelt een bejaarde Maria, met nog steeds dezelfde mooie zwarte amandelvormige ogen, dat zij liever nuttiger dingen deed dan poseren: mandarijntjesconfiture maken bijvoorbeeld. Op zekere leeftijd stond ze sowieso geen model meer: “Tijdkâh schilderde mij uit zijn hoofd. Of hij vroeg die kleine vrouwmensjes uit het circus, met hun schattige billetjes.”

Circus en kermis fascineerden Tytgat. Hij schilderde vaak taferelen met acrobaten en zweefmolens. Daar zat meer achter. Als peuter was hij eens met zijn broer op stap. In een carroussel beklom hij een rood-wit paardje… en tuimelde eraf. In het zwart geklede vrouwen schoten te hulp. Om de beurt droeg elke vrouw de gewonde Edgard in haar armen op weg naar zijn huis. De dokter dacht dat het manneke zou bezwijken. Dit thema keert in afgeleide vorm steeds terug in zijn oeuvre. Zelfs als hij op zijn 59e tijdens een fietstochtje een blindedarmontsteking krijgt en naar het ziekenhuis moet. Na de ingreep schildert hij zichzelf, schijndood op de operatietafel, met klaarheldere hallucinaties over zijn voorbije leven.

Gênant
Vrouwengroepen gaan zijn werk domineren. Het tafereel op ‘De acht dames’, met Maria en zeven vriendinnen zittend in een wachtkamer, is gestileerd surrealistisch, zoals in films van David Lynch. Voor hen ligt een kaartspel met een waaier azen en een Franse roman over acht vrouwen in een klooster. Tytgat verbeeldt het verhaal met eveneens getoonde aquarellen van religieus-erotische scènes à la De Sade en Louis-Paul Boon. Zowel vertelling als spelregels blijken simpel: twee priesters zijn aan het kaarten. Iedere aas is gekoppeld aan een vrouw die zich moet ontkleden, in een vogelkooi laat kietelen en zo meer.

Edgard Tytgat, ‘De acht dames’, 1940. Copyright Collectie Gemeentemuseum Den Haag

Tytgat is niet te beroerd om ook zichzelf af te beelden in gênante situaties. Op een decent dichtklapbaar drieluik is hij met twee mannen aan de zwier in een bordeel. Als enige zit hij met zijn broek op de enkels.

In zijn laatste periode schildert Tytgat mythologische vastbindfantasieën die het midden houden tussen de grandioze grotesken van Max Beckmann en de obsessieve meisjesboekcollages van de Amerikaanse naïef Henry Darger. Ietwat beschaamd liet Maria als ruimdenkende kunstenaarsvrouw haar ‘Tijdkah’ begaan, bij het zolderraam, in zijn paradijs.

‘Edgard Tytgat, Vlaamse meester’, t/m 2 september, Stedelijk Museum Schiedam, MK geldig, www.stedelijkmuseumschiedam.nl

De tentoonstelling was eerder te zien in Museum M, Leuven.

Hoofdbeeld: Edgard Tytgat, ‘Een circusnummer’, 1930. Musée des Beaux-Arts de la Boverie, Luik.

Reageer op Paradijs bij het zolderraam

Dit veld is verplicht Vul een geldig emailadres in
Dit veld is verplicht

Er zijn 2 reacties op Paradijs bij het zolderraam
  1. joycejanssen

    Ik voel bescherming van de persoon die buiten staat. En de anderen zijn met haar bezig, ieder zijn eigen vak. Ook een verwijzing naar mensen, die in zo’n apparaat liggen om ziektes op te sporen.

  2. Gerard van der Leeuw

    Eindelijk eens aandacht voor deze verdroomde schilder. Dat had best wel eens wat eerder (en vaker). gekund!