Tentoonstellingen aanmelden

Ruïnes van de Beeldenstorm
Dorien Tamis

Kunsthistoricus

  • 1 week geleden
  • Recensie
  • Beeldende kunst, Geschiedenis en wetenschap

Vanaf 10 augustus 1566 raasde de Beeldenstorm door de Nederlanden. De schokgolf die dat teweegbracht was ongekend heftig. Waarom zijn er eigenlijk nauwelijks sporen van terug te vinden?

Dagelijkse temperaturen van tegen de dertig graden, de hitte heeft de afgelopen weken goed toegeslagen. Met kleine kinderen die weinig anders doen dan jengelen, en niemand die goed slaapt, laait om het minste of geringste de agressie op. Was het ook zo heet in de zomer van 1566, de zomer van de Beeldenstorm? Godsdienstige twisten, kettervervolgingen door de gehate en gevreesde Inquisitie, hongersnood en politieke verdeeldheid… Voordat de storm van geweld en vernielzucht losbrak, broeide er heel wat meer.

Opruiende preken brachten de meute in beweging, de kerken moesten worden gezuiverd van de Roomse afgoderij, een verering van levenloze voorstellingen die volgens hervormers Zwingli en Calvijn indruiste tegen het tweede gebod: ‘Gij zult geen gesneden beeld noch enige gelijkenis maken van hetgeen boven in de hemel is noch van hetgeen beneden op de aarde is’. De eerste heiligenbeelden sneuvelden op 10 augustus 1566 in het West-Vlaamse Steenvoorde, tegenwoordig Frankrijk. Van daaruit trokken de beeldenstormers van dorp naar stad en van streek naar streek, in opeenvolgende golven. Schilderijen, snijwerk, altaren, relikwieën en kostbaar vaatwerk moesten het allemaal ontgelden, maar lang niet alles werd stukgeslagen.

Lucas van Leyden, drieluik met ‘Het laatste oordeel’, ca. 1526-1527. Collectie Museum De Lakenhal, Leiden.

Op het nippertje gered
De spectaculaire terugkeer van de enorme altaarluiken van Maarten van Heemskerck naar de Alkmaarse Grote Kerk mocht zich onlangs verheugen op de nodige mediabelangstelling, ook in Museumtijdschrift. Jaren later verkocht aan de Zweedse koning, overleefde de triptiek de Beeldenstorm waarschijnlijk omdat een van de opdrachtgevers, die overigens vooraanstaande sympathisanten van de hervorming waren, vernieling afkocht. Op het nippertje, kennelijk , want wie goed kijkt ziet dat er op een enkele plek, op de onderste panelen, al scherp naar gezichten werd uitgehaald.

Wanneer de komst van de beeldenstormers tijdig voorzien werd, gebeurde het vaker dat er voorzorgsmaatregelen werden genomen. Populaire of kostbare kunstwerken werden bewaakt of naar een veiliger plek afgevoerd. Zo bleef Lucas van Leydens ‘Laatste Oordeel’ uit 1526-’27, het pronkstuk van het vanwege verbouwing gesloten Museum de Lakenhal, ongedeerd omdat de Leidse magistraat het uit de Pieterskerk liet overbrengen naar de burgemeesterskamer. Om de hervormers tevreden te houden moest wel de aanstootgevende figuur van God de Vader, midden boven, worden weggeschilderd. De bruusk uitgevoerde aanpassing kon pas bij een restauratie in 1935 weer ongedaan worden gemaakt.

Maarten van Heemskerck, ‘Laurentiusaltaarstuk’, 1538-’43. Olieverf op paneel, ca. 600 x 800 cm, gesloten.

De razernij van de beeldenstormers kan alleen maar zijn aangewakkerd door een atavistische angst voor de macht van het beeld, een magische macht waarmee ze immers waren opgegroeid. Daar waar ze ongehinderd hun gang konden gaan, richtte hun woede zich vooral op hoofden en gezichten. Bijna tot op het paneel afgekrabd zijn het de gezichten van de katholieke monniken en priesters op de ‘Zeven Werken van Barmhartigheid’ van de Meester van Alkmaar, nu in het Rijksmuseum, die het meest te lijden hebben gehad. Waarom dit schilderij wél bewaard bleef? Dat is net zo goed een raadsel bij een gebeeldhouwd reliëf, een retabel, in de Domkerk in Utrecht. Een hooligan die net niet lang genoeg was om echt goed naar God de Vader omhoog te kunnen reiken, sloeg er alle koppen af.

Schaamte
Dat beschadigde stukken als deze behouden bleven is echter een uitzondering. Van de vele Amsterdamse altaarstukken die en masse werden vernietigd is niet meer dan een enkel fragment over, zoals een koeienkop van Pieter Aertsen, nu in het Amsterdam Museum. En de kapotgeslagen beelden uit Utrecht werden gewoon als puin gestort, om de funderingen van het Domplein mee te egaliseren.

Meester van Alkmaar, ‘Zeven werken van barmhartigheid’, 1504. Olieverf op paneel, 103,5 x 55 cm. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam.

Zeker, dat heeft te maken met een strikte toepassing van het tweede gebod, maar ook met schaamte. Want de Beeldenstorm werd door het gros van de tijdgenoten, zowel katholiek als hervormingsgezind, als een grof schandaal beschouwd, een gruwelijk exces dat zoveel mogelijk buiten de geschiedenisboekjes gehouden moest worden.

En het is eigenlijk ook een tegenstrijdige vraag: wat is er nog te zien van de Beeldenstorm? Per definitie resulteert iconoclasme juist in het tegenovergestelde, tenslotte. De beste getuigen daarvan zijn nog altijd de lege, witgekalkte kerkinterieurs van ná de hervorming, goede plaatsen om bij tropische temperaturen nog verkoeling te zoeken.

De zijluiken van het Laurentius-altaarstuk van Maarten van Heemskerck zijn t/m 7 oktober te zien in de Grote Kerk, Alkmaar. MK gratis.
Het ‘Laatste Oordeel’ van Lucas van Leyden is (tot aan de heropening van Museum De Lakenhal in 2019) te zien in het Rijksmuseum, Amsterdam. Hier zijn ook ‘De zeven werken van barmhartigheid’ van de Meester van Alkmaar te zien. MK gratis.
Het altaarretabel is te zien in de Domkerk, Utrecht. Gratis entree.

Hoofdbeeld: Retabel in de kapel van bisschop Jan van Arkel in de Domkerk, Utrecht. Foto: fotodienst GAU / collectie Het Utrechts Archief.

Reageer op Ruïnes van de Beeldenstorm

Dit veld is verplicht Vul een geldig emailadres in
Dit veld is verplicht

Er zijn 6 reacties op Ruïnes van de Beeldenstorm
  1. AEM van de Laar

    In de kerken zijn nog veel sporen van de Beeldenstorm terug te vinden, Kijk alleen maar eens naar de vele stukgeslagen beelden in de Dom van Utrecht en zo zijn er meer voorbeelden.

  2. Leo Motshagen

    EhEh…Geen beeldenstorm in de Domkerk. Wél “gebruikmaking ” voor de Protestantse Eredienst, De laatste Bisschop nog uit de Dom begraven…Terwijl het al een Protestantse Kerk was. 1580! Relieken NU nog te zien en dus bewaard.

  3. Peter Heijtel

    Waarom deed Willem van Oranje niets en de Graaf van Horne en de heren van Egmont? Was Willem van Oranje niet om koning van Noord en Zuid Nederland te worden.
    Waarom deed hij het Roomse geloof de ban in 1581
    Voor mij is hij geen vader des Vaderlands.

    • Kuiper

      Er kwam een republiek, die de macht van de organisatie van het godsgeloof naar het tweede plan verwees. Er kwam geen staatskerk. Alles ingenieus geregeld en daar heeft de wereld nog altijd veel aan te danken. Beter m.i. dan na 1795 en zeker na 1853.