Tentoonstellingen aanmelden

Snoepwinkel van het postmodernisme
Chris Reinewald

Journalist vormgeving

  • 1 maand geleden
  • Recensie
  • Design en toegepaste kunst

Logisch om het 25-jarig bestaan van het gebouw van het Groninger Museum te vieren met een overzicht van de hoofdarchitect. Vergeet kunst of kitsch en stap binnen in de vrolijke designsnoepwinkel van Alessandro Mendini (1931-2019).

Een archaïsch miniatuurkerkje van glasmozaïekstenen. Twee wulpse Matisse-achtige vazen. Een perspectivisch vervormde keukenstoel. Een ruimteschipachtige bonbonnière. En de bekende Anna G-kurkentrekkers, die als zwaaiende ballerina’s wijn uit hun fles bevrijden.

Alessandro Mendini, Redesign: Zig Zag Rietveld, 1978, collectie Groninger Museum (foto: Marten de Leeuw)

In het oeuvre van Mendini, ontwerper én hoofdarchitect van het bekende, postmoderne gebouw van het Groninger Museum, is geen lijn te ontdekken. Nog minder dan zijn landgenoot en stijlverwant Ettore Sottsass (1917-2007) trok Mendini zich iets aan van de strenge regels, waaraan twintigste-eeuwse designers zich tot de tachtiger jaren dienden te houden (vorm volgt functie, versieren verboden). Toch zetten postmodernisten als Mendini, Sottsass en hun Franse collega Philippe Starck (1949) geen streep door het doelmatige moderne design, ze gingen er mee aan de haal. Als hybride ontwerpers speelden ze met kleur, kunst en materiaal; met Disneyfilms, popart, kitsch, wellustige vormgeving en kunststof.

De zorgvuldige, nog door Mendini zelf gemaakte, expositie toont hoe hij zich als gretig kijkdier volzoog met visuele prikkels. Hij selecteerde invloedbronnen uit beeldende kunsten, etnografica en andermans design, en flankeerde die door zijn eigen objecten. Motieven van serieuze moderne kunstenaars als Wassily Kandinsky, Kazimir Malevitsj, Oskar Schlemmer of Piet Mondriaan benutte Mendini doodleuk als decoratie van meubels of siertotems.

Oppervlakkig
De Italiaanse essayist Alessandro Baricco prijst de kwaliteit van postmoderne kunstenaars om als een libelle oppervlakkig over een vijver te zweven, hier en daar te landen zonder ooit de diepte in te duiken. Aan die kenschetsing beantwoordt Mendini volledig. Uitgangspunt vormen steeds zijn heerlijke Saul Steinberg-achtige schetsen, waarvan hier best wat meer geëxposeerd hadden mogen worden.

Hoewel hij niet voor een gat te vangen is, zijn wel terugkerende stijlinvloeden te ontdekken. De asymmetrische diagonale zitbank gaat terug naar het weinig bekende Praagse kubisme, een kortstondige Tsjechoslowaakse ontwerpstijl uit begin twintigste eeuw. Even zo goed herken je de luxe Wiener Werkstätte, de meerkleurige ‘suprematistische’ figuren van Malevitsj en de neoklassieke ornamenten van Gio Ponti’s bourgeoismeubels. Werkelijk geniaal blijft de Rietveld-zigzagstoel waarvan Mendini de rugleuning verlengde met een kruis. Ridiculiseert hij zo onze moderne heilige Gerrit Rietveld? Welnee. Een postmodernist zoekt immers geen diepere betekenislaag.

Zaalfoto © Groninger Museum (foto: Heinz Aebi)

Proust
Door de tentoonstelling heen vallen Mendini’s tijdelijke obsessies op. Bijvoorbeeld, de tot buitenformaat vergrote mannendingen – aktetas, colbert, laarsje, kopje – gemaakt van goudmozaïek als peperdure hebbedingen voor de blasé verzamelaar. Aangespoord door het pointillisme van Paul Signac en de dotpaintings van Australische Aboriginals, gaat Mendini rond 2000 helemaal los op decoraties met gekleurde stippen. Een van zijn iconische meubels is de pointillistische kitsch-fauteuil, die hij – tamelijk onzinnig –vernoemde naar de Franse schrijver Marcel Proust.

Het aanvankelijk misplaatst lijkende schrijversportret van Virginia Woolf op de expositie leidt naar de door Art Deco beïnvloede Omega Workshops van haar vrienden. Dit Londense ambachtskunstenaarscollectief diende mede als voorbeeld voor het kortstondige, antikapitalistische ontwerpcollectief Alchimia (1976-80) waaraan Mendini en ook Sotssas zich verbonden. Bij de speelgoedachtige maquettes voor veerboten en architectuur gebruikte Mendini dazzlepainting-motieven, waarbij hoekige motieven en kleuren de vorm trachten te camoufleren. Zelden uitgevoerd natuurlijk, maar wat een ontwerpplezier!

Alessandro Mendini, Anna G., 1994, kurkentrekker voor Alessi in installatie (foto: Chris Reinewald)

Dankzij zijn designstudio waar familieleden de zaak commercieel en technisch ondersteunden kon Mendini tot op hoge leeftijd zijn creativiteit botvieren. Ondanks zijn aanvankelijke anticommerciële houding ontwierp Mendini voor Philips/Alessi een wat lobbig, leverkleurig koffiezetapparaat of – recent – een kinderachtig uitziend Zuid-Koreaans servies.

Dat je het postmodernisme nog amper als aparte stijl opmerkt komt omdat het in onze smaak integreerde. De expositie bewijst dat Mendini daaraan in grote mate bijdroeg. Met de Italiaanse horeca-firma Alessi maakte Mendini het postmodernisme tot huis-tuin-en vooral keuken-verschijnsel. Niemand vindt het vreemd dat Mendini voor Alessi de saaie kurkentrekker transformeerde tot het gracieuze dametje Anna G.


‘Mondo Mendini – De wereld van Alessandro Mendini’, t/m 5 mei 2020 in Groninger Museum, Groningen, MK geldig,
www.groningermuseum.nl

Op zaterdag 26 en zondag 27 oktober viert het museum het 25-jarig bestaan. Het museum is tijdens dit feestweekend gratis toegankelijk en op zaterdag tot 22.00 uur open.

 Hoofdbeeld: Groninger Museum, Groningen (foto: Erik en Petra Hesmerg, 2014)

Reageer op Snoepwinkel van het postmodernisme

Dit veld is verplicht Vul een geldig emailadres in
Dit veld is verplicht

Er zijn 3 reacties op Snoepwinkel van het postmodernisme
  1. Bianca Eikhoudt

    Ik heb in de jaren 80 stage gelopen bij studio Alchimia. Hier werkten verschillende ontwerpers, maar Sottsass had een eigen studio met een eigen groep ontwerpers. Ik liep er stage in 1985, in die periode bestond de studio dus nog. Volgens mij heeft het erna nog enkele jaren bestaan. Het was ook niet zo dat de studio niet commercieel was. Er moesten gewoon lonen en huur betaald worden. Opvallend was dat de bekende ontwerpers Mendini, Sottsass, de Lucchi en Branzi zich verbonden aan tijdschriften zodat ze snel bekend konden worden. Bijzonder waren de openingen van de tentoonstellingen, waarbij ze elkaar probeerden te overtreffen door idiote happenings.
    Overigens, de stoel met stippen (Poltrona) was er al toen ik er stage liep, dus die stippen waren al van veel eerder datum. Verder heeft Mendini enkele keren samengewerkt met Cor Unum in Den Bosch.

    • Ann Maes

      Ettore Sottsass (die in 1980 de groep ‘Memphis’ oprichtte, als reactie op het minimalistische functionalisme) behoorde níet tot Studio Alchimia! Het post-modernistische werk van Sottsass werd wel vaak geëxposeerd samen met de ontwerpen van Studio Alchimia, waar Mendini deel van uitmaakte. Mede-oprichters en leden van deze radicale ontwerpstudio waren – naast Alessandro Mendini (†) – de architecten Alessandro Guerriero, Carla Ceccariglia, Pier Carlo Bontempi, Bruno & Giorgio Gregori (†) en Arturo Reboldi. Van 1979 tot 1985 leidde Alessandro Mendini het Italiaanse vakblad Domus, waarmee hij doorlopend redactionele aandacht gaf aan het ‘postmodernisme’ en het ‘breken met het strakke, functionele industrial design’ door hemzelf en enkele gelijkgestemde tijdgenoten, waaronder Andrea Branzi, Matteo Thun, Michele de Lucchi, Paola Navone, Ricardo Dalisi, Massimo Iosa Ghini, e.a. Deze ‘kleurrijke’ stijl werd als een exclusieve kunstuiting gezien, met ontwerpen in kleine series, die de prijs opdreven… Mendini publiceerde ook het werk van postmoderne architecten buiten Italië, waaronder Michael Graves, Hans Hollein, Ricardo Bofill, Philippe Starck, waardoor ook de samenwerking voor de bouw van het Groninger Museum ontstond.
      Mendini was een cultuurgevoelige, breed georiënteerde man, die ‘op het decadente af’ zijn creativiteit op allerlei manieren uitte. In de expositie ‘Mondo Mendini’ zijn die vele uitingen naast elkaar gezet als op een veredelde antiekmarkt van Versailles. In het open trappenhuis naar het Coop Himmelb(l)au paviljoen, is de combinatie van de door het Groninger Museum recent aangekochte glazen wandobjecten van Chihuly en het opvallende en in alle opzichten ‘kleurrijke’ werk van Mendini, zeer ongelukkig. Helaas is Mendini ons ontvallen, voordat hij in zijn eigen expositie daar zijn zegje over kon doen.

      • chris reinewald

        Hi Ann, Fijne reactie. Ik baseerde mij oa hierop: “Since one of the original participants of the Studio Alchimia, Ettore Sottsass, left in 1981 to form a more commercial avant-garde group called Memphis” etc [Stephen Bayley: The Conran History of Design]