Tentoonstellingen aanmelden

Storm, regen en maneschijn
Mara Kunstman

Stagiair Museumtijdschrift

  • 2 weken geleden
  • Blog
  • Beeldende kunst

In Singer Laren is een tentoonstelling gewijd aan het weer in de kunst. Speciaal voor Museumtijdschrift gaf Desiree Koninkx een rondleiding door vier eeuwen verbeelding van uiteenlopende weersomstandigheden.

“O land van mest en mist, van vuilen, kouden regen; Doorsijperd stukske grond, vol killen dauw en damp“, zo dichtte de romanticus P.A. de Génestet in 1869. Met het verzamelen van gedichten over weer en wind begon de tentoonstelling in Laren, vertelt kunsthistoricus Desiree Koninkx op een herfstige vrijdagmiddag. Waarna gastconservator Boudewijn Bakker begon aan een zoektocht naar passende schilderijen, de ‘gezichten bij de gedichten’. Met als gevolg dat het museum nu volhangt met schilderijen van de zeventiende tot de twintigste eeuw over weersverschijnselen, van winterse sneeuwtaferelen tot zonovergoten landschappen en van Mankes tot Van der Leck, met ook de dichtfragmenten aan de wand.

De rondleiding begint bij een grote zeventiende-eeuwse verbeelding van een storm op zee door Hendrick Vroom in een zaal met de titel ‘Storm en regen’. Zeeslagen en schipbreuken waren bij uitstek geschikt om de onstuimige zee en de woeste storm weer te geven, vertelt Koninkx. Vaak werden opmerkelijke details verwerkt. Zo schilderde Vroom angstaanjagende zeemonsters tussen de golven om de dreiging van de storm kracht bij te zetten en de kijker het schilderij in te trekken.

Zaaloverzicht ‘Weer en wind’, Singer Laren.

Van links naar rechts Henk Melgers, ‘Landschap met vrijend paartje’, 1926, Johan Dijkstra, ‘Oogsttafereel’, circa 1926-27 en Henk Chabot, ‘Zomer (Vrede)’, 1945.

Waar regen in de zeventiende eeuw nauwelijks werd afgebeeld, komt het in de negentiende en twintigste eeuw wel af en toe terug op schilderijen. Drie impressionistische werken die een scène vóór, tijdens en na de bui verbeelden, zijn naast elkaar gehangen. Koninkx wijst de groep op een witte vlek op het doek ‘Huiswaarts’ (1874) van Anton Mauve: nauwelijks zichtbaar dendert een stoomtrein het buiïge en schijnbaar idyllische landschap binnen. Aan de naastliggende wand hangt werk van Nederlandse expressionisten als Jan Sluijters en George Martens, die anders dan de impressionisten de regenachtige dag schilderden met de blik van binnen naar buiten. Hierdoor ontstonden expressieve, vaak felgekleurde landschappen. Ook in de twintigste eeuw vormde het weer een bron van inspiratie, zoals te zien is op een stadsgezicht van Carel Willink. In de stijl van het magisch realisme schilderde hij een indrukwekkende wolkenlucht die bijna identiek is aan de foto die hij vanuit zijn Amsterdamse woonkamer maakte.

Jan Sluijters, ‘Het Koningsplein te Amsterdam bij avond’, circa 1927.

Siberische kou
Het tweede thema in de tentoonstelling is ‘Koud en guur, sneeuw en ijs’. We staan stil bij een werk van Cornelis Jacobsz. van Culemborch, getiteld ‘Kruiend ijs te Delfshaven’ (1565). 1565 was een rampjaar. Een Siberische kou trok over Nederland, waardoor vanuit de Noordzee ijs de Maas op werd geduwd. Bij Delfshaven ontstond een ijsberg van maar liefst zeven meter hoog en zeventig meter breed. Van Culemborch kreeg de opdracht om dit spektakel in een schilderij te vatten. Te zien is hoe de geestelijken op weg zijn naar het Vrouwenhuis, onder de enorme ijsberg bedolven.

De rondleiding wordt vervolgd in de zaal ‘Zon en maan, mist en schemering’. Al snel wordt duidelijk hoe deze weertypen stuk voor stuk voor een nieuwe kleurervaring kunnen zorgen. Op het schilderij ‘Rotterdam bij maneschijn’ (1881) van Johan Barthold Jongkind is te zien hoe het maanlicht dat tussen de wolken doorkomt en op het water reflecteert, prachtige kleuren oplevert. Opvallend is ook Sluijters’ verbeelding van ‘Het Koningsplein te Amsterdam bij avond’ (circa 1927), waarop een donkere winteravond juist door modern elektrisch licht van koplampen, straatlantaarns en reclameborden wordt doorbroken.

Robert Zandvliet, ‘IJsberg, IJszee’, 2018.

Liefdeskoppel
Ook ‘Het weer op papier’ krijgt aandacht in de tentoonstelling. We staan stil bij twee kleine tekeningen van Hendrick Avercamp, die hij later zou gebruiken voor een van zijn bekende winterlandschappen. Naast de tekeningen hangt een ets van Rembrandt, ‘De drie bomen’ uit 1643. Koninkx haalt door middel van uitvergrotingen op een iPad details naar voren die met het blote oog bijna niet te zien zijn, zoals de jongen die zijn broek naar beneden trekt op de tekening van Avercamp of het veronderstelde liefdeskoppel aan de waterkant op Rembrandts ets. De rondleiding eindigt bij ‘Het weer vandaag’, waar onder meer een abstracte verbeelding van een ijslandschap door hedendaags kunstenaar Robert Zandvliet laat zien hoe het weer nog steeds een inspiratiebron vormt voor kunstenaars. Waarna met de tentoonstelling in het hoofd de wolkenluchten buiten indrukwekkender lijken dan ooit.

‘Weer en wind. Avercamp tot Willink’ in Singer Laren, Laren, t/m 5 januari, MK geldig, www.singerlaren.nl

Museumtijdschrift dankt Singer Laren en Desiree Koninkx voor de zeer boeiende rondleiding.

Hoofdbeeld: Museumtijdschriftlezers met rondleider Desiree Koninkx voor het schilderij ‘Storm op zee’, 1629, van Hendrick Cornelisz Vroom.

Reageer op Storm, regen en maneschijn

Dit veld is verplicht Vul een geldig emailadres in
Dit veld is verplicht

Er is één reactie op Storm, regen en maneschijn
  1. fred tesselaar

    geweldig mooie rondleiding, waarbij filosofisch vertellend een beeld werd neergezet die je als individu niet, of nauwelijks waarneemt. grote klasse.