Met de grote nadruk op materialiteit die op dit moment in de hedendaagse kunst waarneembaar is, worden klassieke materialen als klei, textiel en steen door de huidige generatie kunstenaars heronderzocht. Deze materialen zijn niet meer weg te denken uit de postmediale praktijken van de jongste garde. En nu volgt het oudste beeldhouwmateriaal, hout.

Hout heeft op belangrijke momenten in de ontwikkeling van de mens een cruciale rol gespeeld (van jager-verzamelaar naar landbouwer, de ontdekking van de boekdrukkunst en het succes van de Industriële Revolutie), zoals op een aanstekelijke en tot de verbeelding sprekende manier door Roland Ennos betoogd wordt in zijn boek The Age of Wood (2021).
Hout, een combinatie van kooldioxide, zonlicht en mineralen, is een van de meest universele materialen in de kunst. Niet alleen is hout het oudste materiaal maar door de eeuwen heen ook het meest gebruikte materiaal in de beeldhouwkunst. Dat duurde totdat het in de 16e eeuw werd vervangen door marmer en brons. Een herwaardering vond plaats in de vroege 20ste eeuw maar hout zou nooit meer de status van voorheen bereiken. Slechts een kleine groep kunstenaars die tot de sculpturale canon van de 20ste eeuw behoren, bleven hout gebruiken, zoals Sophie Taeuber-Arp, Constantin Brâncuși, Alberto Giacometti, Pablo Picasso, Henry Moore, Barbara Hepworth, Ossip Zadkine, Juana Muller, Isamu Noguchi, Louise Bourgeois, Maren Hassinger, Louise Nevelson, Carl Andre, Mario Merz, Giuseppe Penone, Donald Judd, Tony Cragg, Richard Deacon, Richard Long, David Nash, Martin Puryear, Georg Baselitz, Stephan Balkenhol, Tadashi Kawamata en Jimmie Durham.
Beeld: Lustwarande