Haarlemmermeer is ouder dan men denkt. Waar de polder nu ligt was 9000 jaar geleden een wadden- en kweldergebied. Vanaf 3000 voor Chr. werd de invloed van de zee minder en ontstond een kustgordel met strandwallen. Het ‘Zeegat van Hoofddorp’ slibde als eerste dicht. Achter de kustgordel vond veengroei plaats waardoor het grootste deel van de tegenwoordige Haarlemmermeerpolder met zo’n vier meter veen werd bedekt. Dat er hier toen al mensen, Neanderthalers of voorlopers van de Homo Sapiens, woonden weten wij door de vondst van een bijl van vuursteen bij het vroegere eiland Abbenes. In Haarlemmermeer zijn ook vondsten gedaan uit de Romeinse tijd, de middeleeuwen en de 10-12e eeuw. In Historisch Museum Haarlemmermeer in Hoofddorp is de tentoonstelling “2000 jaar geschiedenis in Haarlemmermeerpolder” te bezoeken.

Vondsten door eeuwen heen
Het Romeinse leger werd omstreeks 40 na Chr. actief in het veengebied van de Rijnmonding. Geschiedschrijver Tacitus beschreef aan het eind van de eerste eeuw onder meer de Friezen als bewoners in onze kusststreken. Dat er contacten waren tussen Friezen en Romeinen blijkt uit de grootste vondst van Romeinse munten in Nederland. In 1920 vond boer De Krijger bij Abbenes 12.389 munten kleingeld uit de vierde eeuw. Landbouwer Van Wieringen vond jaren later scherven en een munt uit de Romeinse tijd tijdens het ploegen van zijn land. Dit stuk land, kavel N16 achter boerderij uit 1870, toen ‘Flink Land’ en nu ‘Volharding Loont’ genoemd, ligt aan de IJweg 1301. Het kavel ligt aan de westzijde van de IJweg, ten noordoosten van Nieuw-Vennep, waar voorheen het land van Beinsdorp lag.

Elders in Haarlemmermeer zijn enkele potten uit de Karolingische tijd, ca. 750-900, gevonden toen het gebied vooral gebruikt werd voor het weiden van schapen, visserij, jacht en het verzamelen van hout en riet. Uit de periode daarna, de 10e-12e eeuw, zijn vlak na de drooglegging van de Haarlemmermeer meerdere potten en scherven gevonden.

Beeld: Kannen