Amsterdamse schouwburg

In 1637 werd aan de Keizersgracht een houten schouwburg gebouwd. Deze plek zou in de  zeventiende en achttiende eeuw uitgroeien tot dé uitgaansgelegenheid van Amsterdam. Amsterdammers uit alle lagen van de bevolking bezochten het theater. Het was een plek van culturele vernieuwing. Hier werden anderhalve eeuwlang tot de verbeelding sprekende toneelstukken uit heel Europa opgevoerd. Acteurs en vooral actrices werden de sterren van de stad. Rembrandt en zijn leerlingen deden er inspiratie op. Op 11 mei 1772 brandde de schouwburg tot de grond toe af.

In de Schatkamer laat het Stadsarchief Amsterdam een aantal topstukken uit de geschiedenis van de schouwburg zien, waaronder originele speellijsten, tekeningen van het schouwburgpubliek en de paniek bij de brand van 1772, en een halfverbrande gravure naar Jacob Jordaens.

Theater op straat en in pakhuizen

Niet alleen in de schouwburg werd theater gemaakt. Er bestonden in Amsterdam allerlei vormen van straattheater. In en om Vlooienburg, het kloppend hart van Joods Amsterdam, werden in pakhuizen en kelders theaterstukken opgevoerd. Tijdens Poerim werd het verhaal van Hester en Mordechai gespeeld. Het zou goed kunnen dat Rembrandt zich daar liet inspireren voor zijn prent Triomf van Mordechay.

Rembrandtplein

Vanaf half september was het in de zeventiende of achttiende eeuw altijd druk in de stad: het was kermis. De Botermarkt (nu het Rembrandtplein) was dan een van de drukste plekken. Je kon er koorddansers zien, acrobaten en straattheater door reizende gezelschappen, allerlei lekkernijen eten en er waren exotische dieren te bewonderen.

Beeld: Het publiek in de schouwburg gezien van achter de coulissen, met uitzicht op het publiek en de vorstelijke loge, 1768, Simon Fokke, tekening