Het is dit jaar 100 jaar geleden dat de veelzijdige kunstenaar Anton Heyboer (1924-2005) werd geboren. De graficus, schilder en tekenaar werd een levende legende door zijn excentrieke levensstijl met vijf
vrouwen. Museum JAN viert dit met Anton Heyboer- Levenskunstenaar een presentatie met onder andere niet eerder getoonde fotocollages waarin het leven van Heyboer met zijn vrouwen centraal staat.

Anton Heyboer
Heyboer werd in 1924 geboren in Sabang (Nederlands-Indië) maar groeide grotendeels op in Nederland. Hij volgde een opleiding tot werktuigbouwkundige en werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter gedwongen te werken in een Durchgangslager in Berlijn, waaruit hij wist te ontsnappen. In 1951 werd hij vanwege zijn oorlogstrauma tijdelijk opgenomen in de psychiatrische inrichting in Santpoort.
Daar ontdekte hij de helende werking van kunst. In de jaren vijftig en zestig maakte hij zijn eerste succesvolle werken: grote vellen sobere grafiek en gouaches. Later tekende hij met luciferstokjes en ging hij ook schilderen en maakte sculpturen.
In het Noord-Hollandse Den Ilp woonde hij sinds 1961 samen met zijn vrouw Maria en uiteindelijk met vijf vrouwen die hij zijn ‘bruiden’ noemde: Lotti, Marike, Joke en Petra. ‘Met één vrouw leven’, zei Heyboer in 1974, ‘dat is geen kunst. Dat is een normaalheid, dat hoort bij burgerlijkheid. Ik heb gezocht naar een vorm, waarin het leven kunst wordt, waarin het vol spanningen komt en waar het moeilijk wordt’. Met zijn vrouwen wilde hij loskomen van de maatschappij, zich bevrijden van ‘hoe het hoort’ volgens je opvoeding en achtergrond.

Een kijkje in het leven
In Den Ilp bouwde hij aan een indrukwekkend oeuvre van enkele tienduizenden kunstwerken. Zijn bruiden zorgden voor de verkoop van zijn werk en fotografeerden hun leven in Den Ilp, onder toeziend oog van Heyboer. Een enkele keer fotografeerde hij zelf. Deze foto’s verwerkte hij in collages. Die bieden een inkijkje in hun bijzondere leven. Op het moerassige landje woonden zij in met sloophout verbouwde schuren zonder ramen – ‘ik zoek het zwart om te zien hoe licht de dingen zijn’ – en daarin ingebouwde autowrakken. Het huis was organisch meegegroeid met hun leven, dat ze bovendien deelden met tientallen honden, poezen, geiten, kippen en marmotten. Alles werd gebouwd met materiaal dat geleefd had en ze droegen ook allemaal tweedehands kleding of werkkleding.
Heyboer werd wereldberoemd en zijn werk verkocht goed – maar die roem stond zijn vrijheid in de weg. Hij schilderde zijn werken over om weer vrij te zijn. Hij wilde niets bezitten dat afgunst zou kunnen oproepen. ‘Mijn leven is kunst en ik maak geen kunst’. Hij overleed in 2005 in Den Ilp.

Beeld: Portret Anton Heyboer in Volendammer kostuum, 1961, foto: Lotti Heyboer