Vanaf 30 maart is in het Museum Valse Kunst een tentoonstelling van streekdrachten te zien die u mee neemt naar het Zuidwesten van China. Hier wonen volken die niet-chinees zijn. De kleding komt uit de collectie van Ien Rappoldt, die veel naar China gereisd is en daar betoverd werd door de streekdrachten die te zien waren bij bijzondere festivals. De borduursels en patroonboeken vormen echte kunstwerken.

De meeste volken die in het Zuidwesten van China leven, zoals de Miao, Dong, Yao en anderen, kennen geen geschreven taal. Het borduurwerk is de identiteit van een cultuur en vormt de kleurrijke beschrijving van de traditie. De volken zijn te herkennen aan de streekdrachten die nog steeds gedragen worden tijdens bijzondere gelegenheden. In meer afgelegen gebieden wordt de karakteristieke kleding ook dagelijks gedragen.

De basis van veel kleding is met indigo geverfde, geweven katoen of hennep. De rokken zijn altijd geplooid, maar kunnen enorm van uiterlijk verschillen. Hieraan herken je onmiddellijk de streek waar die vandaan komt.

De Miao vrouwen leggen hun geschiedenis vast met naald en draad. Mythen en legenden spelen hierin een belangrijke rol en vertellen het verhaal van de voorouders. Babydraagzakken zijn vaak de pronkstukken van een streekdracht, die moeder en kind jarenlang verbinden.

In de tentoonstelling ziet u de streekdrachten van volken uit Guizhou, uit de collectie van Ien Rappoldt, ondersteund met door haar gemaakte foto`s op locatie.