Het is bijzonder dat er oud-Egyptische voorwerpen in een Nederlands museum te zien zijn. Ze zijn hier niet zomaar beland, maar in de negentiende en twintigste eeuw om verschillende redenen opgegraven, verhandeld en verzameld. In het Rijksmuseum van Oudheden zijn die geschiedenissen vaak onzichtbaar en daarom wordt daar in deze nieuwe tentoonstellingsreeks bij stilgestaan. De centrale vraag hierin is hoe twee objecten, een reliëffragment met farao Amenhotep III en een beeldje van een graanmaalster, in de museumcollectie terecht zijn gekomen.

Deze kleine tentoonstelling is te zien achter de Egyptische tempel in de Tempelzaal, onze gratis toegankelijke entreehal.

Twee antiquiteiten

Zowel het beeld van de graanmaalster als het reliëffragment met Amenhotep III zijn in 1934-1935 onderdeel geworden van de Nederlandse Rijkscollectie. Het was toen al tientallen jaren geleden dat ze uit verschillende oud-Egyptische graven waren meegenomen. In de jaren 1930 werd nog niet veel nagedacht over hoe deze objecten uit Egypte waren geëxporteerd en onder welke omstandigheden dat gebeurde, maar anno 2024 is deze informatie wél van belang. Welke wetgeving gold er op het moment van opgraven in Egypte en wie maakte die wetten? Wie konden ervan profiteren en wie niet? Hoe verhield de Egyptische archeologie zich tot de kunsthandel?

Herkomstonderzoek

Door onderzoek te doen naar de verzamelgeschiedenissen van voorwerpen in de museumcollectie, achterhalen wetenschappers niet alleen meer informatie over het oorspronkelijke gebruik van een voorwerp, maar wordt ook meer duidelijk over de omstandigheden waaronder het gevonden, verhandeld en verzameld werd. De twee objecten in deze tentoonstelling illustreren hoe dit onderzoek kan leiden tot nieuwe inzichten over het verre verleden, én over machtsverhoudingen in de nabije geschiedenis. Die verhalen laten zien dat de oudheid niet los te zien is van het heden.

Beeld: Beeld van een graanmaalster | datering: 2543-2436 v.Chr.