Bij Erik Mattijssen (1957) spelen de dingen die je makkelijk over het hoofd ziet, vaak een hoofdrol. Spullen met een geschiedenis die deel uitmaken van een collectieve herinnering, of eenvoudige gebruiksvoorwerpen van de markt. Hij kijkt graag naar de wijze waarop die geordend worden op keukentafels, in huiskamers, op vensterbanken of een kraam. Soms geeft hij de verbeelding een flinke zwier in kleine scenes, waarin zich zaken bevinden die er eigenlijk niet thuishoren.

In Parijs vond hij een droom van een kruidenierswinkel, Épicerie du Monde, in Kolkata (India) een hele wijk met plastic huishoudelijke artikelen die als vanzelf leidden tot zijn kleurrijke installaties.