“In België hebben in der tijd Félicien Rops en de Groux, onder anderen mooie types geteekend in een blad dat Uilenspiegel heette en dat ik in der tijd gehad heb en ontzettend graag terug zou hebben doch helaas niet meer vinden kan”, schreef Vincent van Gogh in 1882. Toen hij in 1873 in Londen werkzaam was voor de kunsthandel Goupil & Cie, en nog geen carrière als kunstenaar ambieerde, bezat hij reeds enkele karikaturen van Rops. Eén ervan, En attendant la confession (1856), zou hij vijfentwintig jaar na de publicatie ervan kopiëren, het bewijs dat de Belgische kunstenaar een blijvende indruk had achtergelaten. De karikaturen en lithografieën in Uylenspiegel, een tijdschrift opgericht door Rops, vormen het uitgangspunt voor deze tentoonstelling. De expositie is opgebouwd rond het werk van de Belgische kunstenaars die hij zag en waardeerde tijdens zijn verblijven in België van 1878 tot 1881 en tijdens de winter van 1885 -1886. Deze werken worden geflankeerd door hoogwaardige reproducties van de tekeningen van Van Gogh en citaten uit diens rijke briefwisseling. Beeld: Eugène Boch