De toonaangevende kunstenaar Richard Bell (1953) woont en werkt in Brisbane, Australië, en gebruikt zijn kunst als politiek instrument. Op prikkelende en provocatieve wijze stelt hij het Westerse en witte construct van de kunstwereld aan de kaak. Als afstammeling van een generatie Aboriginal activisten pleit hij met zijn werk voor de emancipatie van alle First Nations gemeenschappen. De tentoonstelling Dwarsverbinding: Richard Bell is zijn eerste solo-expositie in Europa. Centraal hierin staan zijn statement-schilderijen en zijn twee essays over de positie van Aboriginal kunst en kunstenaars.

ESSAYS

In 2002 schreef Bell het kritische essay Bell’s Theorem. Hierin kaart hij de koloniale structuren binnen de kunstwereld aan en pleit hij voor het zelfbeschikkingsrecht van de Aboriginal gemeenschap. Dit theoretische kader vormt de basis voor een reeks schilderijen, waaronder de werken met de teksten Aboriginal art, it’s a white thing en Western art does not exist. Bells schilderijen bieden een ontnuchterende reflectie op de realiteit van hoe de kunstwereld aan de binnenkant werkt: witte experts bepalen de criteria voor wat als ‘Aboriginal art’ geldt. Speciaal voor deze tentoonstelling publiceert het Van Abbemuseum een nieuw essay van de kunstenaar, getiteld Bell’s Theorem (Reductio ad Infinitum).

STATEMENT-SCHILDERIJEN

Twintig jaar na zijn eerste provocatieve essay, maakte Bell twee nieuwe schilderijen met daarop de uitspraken Contemporary art, it’s a white thing en White Lies Matter. Het eerste werk kan gelezen worden als een bredere kritiek op de Westerse dominantie over de gehele wereldwijde hedendaagse kunstproductie. White Lies Matter is een aanklacht tegen de landonteigening van de oorspronkelijke bewoners door de Britten. In de tentoonstelling Dwarsverbinding: Richard Bell zijn zijn vier statement-werken voor het eerst samen te zien.

Beeld: Richard Bell – Scientia e Metaphysica (2003)