Aan het einde van de 19e eeuw neemt de aandacht voor de natuur en de toepassing van natuurlijke onderwerpen als planten en bloemen in de kunst toe. In Purmerend ontstonden de eerste fabrieken voor sieraardewerk en deze pasten dit thema toe op hun vazen en schalen en andere voorwerpen. Boeken als La Plante et ses Applications Ornementales (1896) en Etude de la Plante (1903) werden van groot belang als inspiratiebron voor de kunstenaars.
Halverwege de 19e eeuw wordt in Nederland nauwelijks sieraardewerk gemaakt. Pas het laatste kwart van de 19e eeuw komt de productie op gang. Het eerste sieraardewerk is gebaseerd op het 17e en 18e eeuwse Delfts Blauw. Dit wordt onder meer gemaakt bij de Porceleyne Fles in Delft (1653-heden) en iets later bij de fabriek NV Rozenburg (1883-1914) in Den Haag. Bij Rozenburg ontstaat al gauw vernieuwend aardewerk met afbeeldingen van bloemen en planten in heldere kleuren. Het aardewerk van de Haagse plateelbakkerij is een groot succes. Tussen 1895 en 1910 komen er ruim 10 bedrijfjes voor sieraardewerk bij, die hun producten in eerste instantie baseren op ontwerpen van Rozenburg, waaronder de Purmerendse firma Wed. N.S.A. Brantjes & Co.