Met meetbare begrippen zoals energieprestatie (EPC/BENG) en circulariteit (MAT1 en MPG) zijn de gebouwen te vergelijken. Voor niet-woongebouwen is er de BREEAM-score. Minder meetbare begrippen, zoals natuurinclusiviteit en klimaatadaptiviteit, zijn wel onderdeel van het puntensysteem in gemeentelijke tenders, dus die hebben we ook bekeken.

De gemeente Amsterdam hanteert ambitieuze minimumwaarden. Opdrachtgevers en ontwerpers zuchten regelmatig onder de steeds hogere stapeling van eisen en wijzen op de grenzen aan die ambities: in tijd, kosten, maar ook leefbaarheid. Er is discussie over de vraag hoe/of duurzaamheid op het niveau van enkele kavels kan worden opgelost. En of de criteria in de tenders automatisch de meest optimale gebouwen opleveren. Immers, er is geen beloning voor innovatie op aspecten waarop geen punten kunnen worden gescoord. Maar als we naar deze tien gebouwen kijken, zien we dat die strenge uitvraag wel tot innovatie leidt.

In deze tentoonstelling is te zien hoe de leefomgeving verandert, en letterlijk en figuurlijk vergroent. De gebouwen worden (economisch) duurder, maar leveren maatschappelijk meer op, materialen veranderen, en gevels krijgen nieuwe functies. Dus, al ziet groene architectuur er soms best grijs uit, toch wordt de stad groener, zuiniger, adaptiever en slimmer.

Beeld: Spaarndammerhart, Korth Tielens Architecten & Marcel Lok_Architect, DS Landschapsarchitecten, Martijn Sandberg. Foto Rubén Dario Kleimeer