Tentoonstellingen aanmelden

Harry Koolen-Trouw aan zijn Palet

Museum Valkenburg, Valkenburg

Portrettist en Symbolist

Museum Valkenburg presenteert in de Charles Eijckzaal vanaf 7 februari 2021 een tentoonstelling van het werk van de in Meerssen geboren kunstschilder Harry Koolen (1904-1985). Er zullen werken te zien zijn uit museum- en particuliere collecties. Koolen was een tijdgenoot en vriend van Charles Eijck en beiden startten hun schilderscarrière op jonge leeftijd in het schilderklasje van de Antwerpse schilder Jan Van Puyenbroeck die in de Eerste Wereldoorlog in Meerssen verbleef. Eijck en Koolen vertrokken samen naar Amsterdam om daar te studeren aan de Rijksacademie.
Harry Koolen heeft een gevarieerd, omvangrijk oeuvre nagelaten: portretten, landschappen en religieus werk.
Toelage
Op zestienjarige leeftijd vertrok Koolen naar Amsterdam, om te studeren. Hij werd echter niet toegelaten tot de academie omdat hij te jong was. Daarom voorzag hij met allerlei baantjes in zijn levensonderhoud tot hij in 1922 alsnog werd toegelaten. Om deze studie te kunnen volgen kreeg hij een jaarlijkse toelage van de gemeente Meerssen. In 1929 ontving hij de Thèrese Schwartze-prijs, een prijs voor kunstenaars onder de 35 jaar, met een portret van zijn collega en vriend Hubert Levigne. Aan de prijs was een aardig geldbedrag verbonden maar vooral de publiciteit leidde tot veel opdrachten voor het vervaardigen van portretten. In die periode exposeerde hij in binnen- en buitenland.
Oorlog
Tijdens de oorlog woonde en werkte Koolen in Amsterdam, maar hij hield een pied-à-terre in Limburg aan, waar hij op verschillende plaatsen verbleef, waaronder Maastricht, Eben-Emael (België), Houthem en in de molen van Rothem. In 1944 verwoestte een verkeerd afgeworpen brandbom zijn atelier. De aanwezige werken en het materiaal werden vernield. Koolen vertrok uit het bevrijde Limburg naar het nog bezette Amsterdam, ervan uitgaande dat de bevrijding van het Noorden aanstaande was. Dit bleek een verkeerde inschatting en hij maakte zodoende de hongerwinter mee. Na de bevrijding van het Noorden keerde hij straatarm terug naar Limburg en vestigde zich in het leegstaande kasteel Terworm in Heerlen, waar hij de nodige opdrachten dacht te verwerven van de florerende Limburgse mijnen. Hij zag zichzelf als een Limburgs schilder: “Nu ik hier in Limburg ben voel ik me sterk aangetrokken tot de mensen die om me heen wonen, om die te schilderen in hun dagelijkse leven”. Zijn eerste (groeps-) expositie na de oorlog, met als thema “Kunst in vrijheid”, vond niettemin in september/oktober 1945 plaats in het Rijksmuseum te Amsterdam.
In die periode leerde hij Bep Mous, dochter van de toenmalige directeur van de Staatsmijnen, kennen die zijn tweede echtgenote zou worden en met wie hij vier kinderen kreeg.
Portretten
Harry Koolen vestigde zijn reputatie vooral als schilder van portretten. Hij portretteerde onder andere Koningin Juliana, burgemeester Michiels van Kessenich van Maastricht, bisschoppen in opdracht van het Bisdom Roermond en directeuren van Staatsmijnen. Ook zijn kinderen en kleinkinderen stonden vaak model. Hij stelde zich daarbij ten doel een gelijkend portret te maken maar wilde toch meer uitdrukken dan de fysieke gelijkenis. Zijn belangstelling ging echter ook uit naar geïdealiseerde landschappen en Bijbelse voorstellingen. Rond 1958 kreeg hij een opdracht van de Staatsmijnen om het mijnbedrijf en de mijnwerkers te schilderen. Daarin sprak zijn sympathie en bewondering voor de werkende mens. Hij legde ook bovengrondse gebouwen van de mijnbedrijven vast. Daarnaast maakte hij studiereizen naar Frankrijk, Italië en Ierland en raakte geïnspireerd door de landschappen.
Stijl
In een tijd waarin het Expressionisme en Kubisme hoogtij vierden koos Koolen voor een realistische schilderstijl. Hij zei hierover: “Ik heb een té sterke eigen aard om veel concessies te doen aangaande de algemeen gangbare opvatting van kunst.” Harry Koolen hield niet van publieke zelfprofilering en wilde het liefst ongestoord werken. Dit deed hij tot aan zijn dood in 1985.
De expositie wordt zondag 7 februari 14.00 uur geopend door Han Koolen, dochter van de kunstenaar en is alleen voor genodigden.

Van 7 feb 20 21

t/m 22 aug 20 21