Het Literatuurmuseum heeft een bijzondere collectie verworven: handschriften, typoscripten, agenda’s, brieven en persoonlijke documenten van de Zuid-Afrikaanse dichter Ingrid Jonker (1933-1965). Ter ere van deze aanwinst opent het Literatuurmuseum op zaterdag 27 augustus een kleine expositie over Ingrid Jonker en verschijnt er een achtergrondartikel op LiteratuurLab.nl, het online museum van het Literatuurmuseum.

Jonker werd wereldberoemd in 1994, toen Nelson Mandela een gedicht van haar voorlas tijdens de eerste zitting van het eerste democratisch verkozen parlement van zijn land. ‘Die kind (wat doodgeskiet is deur soldate by Nyanga)’ is een vlijmscherp protest tegen de apartheid, waar in die tijd maar weinig witte Zuid-Afrikanen vraagtekens bij plaatsten.

Jonker was bijna dertig jaar eerder al overleden: na jarenlang aan depressies te hebben geleden maakte ze op 31-jarige leeftijd een eind aan haar leven.

Haar internationale reputatie is sinds haar dood alleen maar gegroeid. Haar werk is in diverse talen vertaald, in het Nederlands door Gerrit Komrij. Het is ook dankzij hem dat de nalatenschap van Jonker bewaard is gebleven. Toen Komrij in 2000 werkte aan zijn bloemlezing De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten ontdekte hij dat haar literaire nalatenschap dreigde te verdwijnen. Hij kocht alles wat hij kon vinden en verscheepte de collectie naar Portugal, waar hij woonde. De nabestaanden van Komrij hebben nu besloten dat het Literatuurmuseum de beste plek is voor het behoud van de collectie, ook voor onderzoek.

Deze unieke collectie geeft niet alleen een beeld van haar leven, maar ook van Jonkers plek in de Zuid-Afrikaanse literatuur van die periode, dankzij briefwisselingen met schrijvers als André Brink, Jack Cope en Laurens van der Post.

Beeld: Ingrid Jonker – verscheurde en geplakte brief (C) Uit de collectie van het Literatuurmuseum