Tentoonstellingen aanmelden

Koninklijke Prijs Voor Vrije Schilderkunst 2017

Koninklijk Paleis Amsterdam, Amsterdam

Tip van Museumtijdschrift:

Vrijdag 6 oktober reikte Koning Willem-Alexander de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst uit aan Vera Gulikers, Niek Hendrix, Janine van Oene en Suzie van Staaveren. In het Paleis op de Dam zijn hun winnende werken te zien, samen met die van de twintig andere kunstenaars die de shortlist haalden.

Doordat alleen kunstenaars onder de 35 kunnen deelnemen, biedt de tentoonstelling een goed overzicht van de jonge schilderkunst. Wat daarbij opvalt is dat figuratie op zijn retour is, enkele uitzonderingen daargelaten. Het zijn huiselijke referenties waar jonge kunstenaars nu hun toevlucht tot lijken te zoeken. Zo wisselen tegeltableaus (Rosa Johanna en Rabi Koria) zich af met tapijtpatronen (Tessa Chaplin) en een uitbundig batikdoek (Steef Crombach). Het witte schilderij van Vera Gulikers vormt het hoogtepunt: zij bracht eitempera aan op doek, om de voorstelling vervolgens met Vanish Oxi Action weg te dweilen. De toekomst heeft nog veel in petto voor huishoudkunde verpakt als radicale schilderkunst.

Vera Gulikers, ‘Poetsdoek (2)’, 2017, eitempera, Vanish Oxi Action, gesso, katoen. Copyright: Koninklijk Paleis Amsterdam, Foto: Tom Haartsen.

Koning Willem-Alexander heeft vrijdagmiddag 6 oktober de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2017 uit in het Amsterdamse Paleis. Vier jonge kunstenaars ontvangen deze aanmoedigingsprijs, een bedrag van 6.500 euro. Na de feestelijke uitreiking opende de Koning de tentoonstelling waar de winnende werken en een selectie uit de overige ingezonden schilderijen te zien zijn. De tentoonstelling is nog tot en met 5 november te bezichtigen. De Koning maakte de winnaars van 2017 bekend in zijn toespraak. Juryvoorzitter Benno Tempel las het juryrapport voor. De jury van de Koninklijke Prijs bestond dit jaar uit: Gijs Frieling, Hans den Hartog Jager, Nanda Janssen, Iris Kensmil, Jan van der Ploeg, Benno Tempel (voorzitter) en Esther Tielemans

Winnaars 2017

Vera Gulikers
Gulikers (1991) ziet een analogie tussen het schilderen en het huishouden. Het afvegen van een tafel, dweilen van een vloer of het wassen van een raam doe je handmatig en er zijn een soort “kwasten” voor nodig. Bij huishoudelijke taken wordt niet nagedacht over de compositie, maar wel moet het hele oppervlak worden aangeraakt. Met dit als vertrekpunt brengt Gulikers verf aan op het doek, om deze later weer weg te poetsen met een dweil, trekker of Vanish Oxi Action. Met een mengeling van ernst en ironie onderzoekt zij zo de handelingen van het schilderen, spot ze met wat wordt gezien als typisch vrouwelijke taken en maakt ze schilderijen die zowel liefelijk als pesterig ogen.

Niek Hendrix
Het hyperrealisme van Hendrix (1985) werkt effectief. In zijn meer dan levensgrote schilderijen van gipsen afgietsels van een gebit draait het om vormen van representatie: het gebit als afdruk en als portret. Maar ook zoekt hij de grens tussen schilderkunst en beeldhouwkunst. Typisch sculpturale kwaliteiten als open – gesloten zet hij mooi neer naast typisch (Nederlandse) schilderkunstige kwaliteiten als het platte vlak en de lichtval. En ook in betekenis draagt het werk een subtiele gelaagdheid die ligt tussen medische representatie en forensisch onderzoek naar gruwelijkheden. De grote eenvoud in het beeld draagt bij aan een sterke gelaagdheid in betekenissen.

Janine van Oene
De ontwikkeling die Van Oene (1988) de laatste jaren doormaakt, getuigt van een grote honger. En resulteert in haar huidige werk in schilderijen die een veelvoud aan mogelijkheden laten zien. Ze heeft zich de invloeden van anderen eigen gemaakt en zowel in techniek als in onderwerpskeuze bezit ze de kunde om meerdere registers te bespelen. In haar werk zoekt ze de grenzen van virtuositeit en kitsch. In haar onderwerpen verwijst ze naar verschillen in culturen, sociale klassen en (wan)smaak, waarbij ze een voorkeur heeft voor het clichématige gebruik van decoratie.

Suzie van Staaveren
In de huidige hausse aan figuratie lijkt weinig ruimte voor abstractie. Van Staaveren  (1991) vormt daarop een gunstige uitzondering. Speels en precies onderzoekt zij de grenzen van de schilderkunst. Ze is geïnteresseerd in de werking van objecten in de ruimte en door middel van sculpturale vraagstellingen onderzoekt ze de schilderkunst. Zo staat ze in de voetsporen van Donald Judd, die deze zoektocht in de jaren 1960 inzette en daarmee de grenzen tussen schilderkunst, sculptuur en productie van objecten oprekte.

De mogelijkheid de vormen van de Shapeshifters te veranderen lijkt de toeschouwer uit te dagen. Niet voor niets spreekt Van Staaveren van een spel. Elke set beïnvloedt de mogelijkheden voor de volgende sets . Hoe meer sets, hoe moeilijker het spel wordt.

Beeld:  Janine van Oene, ‘Familiar Face’, 2017, Spuitbus, olieverf, houtskool. Copyright: Koninklijk Paleis Amsterdam, Foto: Tom Haartsen.

Van 7 okt 20 17

t/m 5 nov 20 17