Jan Mankes, Jeanne Bieruma Oosting, Boele Bregman en Tjerk Bottema. Vier kunstenaars die tijdens hun leven in en rond Heerenveen wonen en werken. Zij schilderen niet alleen, maar maken ook grafische kunst zoals etsen en houtsneden. Oosting is zelfs één van de eerste Nederlandse kunstenaars die met de lithotechniek experimenteert. Kenmerkend voor de grafische kunst is de mogelijkheid om meerdere identieke afdrukken te maken van een werk. De kopieerbaarheid van grafische kunst roept vele vragen op. Wat betekent de mogelijkheid tot reproductie voor de originaliteit van het werk? Zijn alle afdrukken in een oplage daadwerkelijk identiek, of zijn er toch verschillen te ontdekken in de verschillende drukken? Deze vragen worden gesteld op de tentoonstelling.

MEERDERE IDENTIEKE AFDRUKKEN

Het toepassen van nieuwe technieken past in de artistieke ontwikkeling van de kunstenaars en hun zoektocht naar de beste wijze om hun waarneming of emoties weer te geven. Kenmerkend voor de grafische kunst is de mogelijkheid om meerdere identieke afdrukken te maken van een werk. Bestaat die mogelijkheid niet, dan is er geen sprake van drukwerk of grafiek. Vaak drukken kunstenaars hun werk zelf. ‘We zijn woest aan het drukken geweest,’ schrijft Jan Mankes in januari 1917 enthousiast. Het eigenhandig drukken is voor hem zo belangrijk, dat hij later met opzet veel van zijn drukvormen beschadigt om eventuele nadrukken door anderen onmogelijk of duidelijk herkenbaar te maken. Toch zijn zij in 1968 voor nadrukken gebruikt.

KIJK EN VERGELIJK

Grafische werken van Jan Mankes, Jeanne Bieruma Oosting, Boele Bregman en Tjerk Bottema uit de eigen collectie worden getoond naast werken uit dezelfde oplage uit andere collecties, met name van Museum Belvédère. Zo kunnen de bezoekers de verschillende drukken en versies met elkaar vergelijken. Op deze wijze daagt het museum hen uit om na te denken over de vraag: wat verstaan we onder originaliteit?

Beeld: Jeanne Bieruma Oosting, Zonder titel, 1931. Collectie Museum Heerenveen.