Jan Pieter van den Bos noemt zichzelf een zwerver met als enige vaste verblijfplaats zijn eigen meerjarenplanning.
Al veertig jaar lang trekt hij met deze planning een strak spoor in zijn leven dat hij zijn ‘onderzoek’ noemt : verkenning van eeuwenoude denksporen met wisselende invalshoeken en gezichtspunten , vertaald met behulp van verschillende technieken en verdeeld in vijf delen.