Frank Noordman (’s Hertogenbosch, 1958) woont ruim 40 jaar midden in de Amsterdamse rosse buurt. Hij heeft ooit twee jaar sociale geografie in Nijmegen gestudeerd maar is daarna ‘in alles wat hij heeft gedaan autodidact’. En dat is veel, hij organiseerde punkconcerten bij jongerencentrum Doornroosje in Nijmegen, had ruim 20 jaar een impresariaat voor muziekgroepen en was actief voor de radio. 25 jaar geleden werkte hij als technicus bij de Burcht van Berlage in de Henri Polaklaan (het voormalig Vakbondsmuseum). In de hal van dit gebouw zag hij een lamp (ontwerp van Eisenloeffel) dat Frank er toe aanzette al zijn Ikea lampen de deur uit te gooien om zelf lampen te gaan maken.
Inspiratiebronnen zijn onder meer de stijlen uit de jaren 20 en 30 als art nouveau, art deco, Tiffany, Bauhaus en Italiaanse ontwerpers zoals het vroege werk van Ettore Sottsass. Maar ook de Amsterdamse Jordaan en rosse buurt met de franjes, porselein en kitscherige lampenkampjes.
De verschillende stijlinvloeden en materialen maken zijn werk heel eclectisch en origineel. Frank is maatschappelijk betrokken, hij streeft naar een zo klein mogelijke voetafdruk en gebruikt uit principe alleen bestaande materialen en spullen die hij uit elkaar haalt en een nieuw leven in een andere vorm geeft.
De coronatijd was een goudmijn voor hem, iedereen ging zijn huis of bedrijf renoveren en Frank vond de mooiste schatten bij het grofvuil en in afvalcontainers. De titel van de tentoonstelling ‘Morgenster’ verwijst hier naar: een persoon die op zoek gaat naar bruikbare spullen bij het grofvuil.
Frank haalt veel voldoening uit zijn kunstenaarschap: ‘Ik omring me met de dingen die ik maak en daar word ik blij van’.