Kunstenaar Narges Mohammadi (1993) maakt voor Stedelijk Museum Schiedam een ruimtevullende installatie met de titel Onzichtbare handen. Het museum vroeg Mohammadi een nieuw werk te maken dat met Schiedam te maken heeft. Ze koos ervoor om een kant van de stad te laten zien die vaak onzichtbaar blijft. Een zomer lang werkte ze als invalkracht in de Schiedamse thuiszorg en trad daarmee in de voetsporen van haar eigen moeder. Haar ervaringen verwerkt ze in het kunstwerk Onzichtbare handen. Een ode aan de thuiszorghulp.

Een zomer lang in de thuiszorg
Tijdens haar maanden als thuiszorgmedewerker komt Mohammadi bij vele Schiedammers over de vloer. Ze ervaart hoe zwaar en tegelijk betekenisvol het werk is, maar ook hoe thuiszorgmedewerkers én cliënten soms in inhumane situaties werken en leven. Haar ervaringen houdt ze – zonder namen te noemen – bij in een logboek, dat ook in de tentoonstelling te lezen is. Ze beschrijft daarin hoe ze het huishoudelijk werk met veel toewijding en precisie uitvoert, vanuit een grote verantwoordelijkheid voor de zorgtaak die ze op zich heeft genomen. Tegelijkertijd ervaart Mohammadi gevoelens van machteloosheid, eenzaamheid en verslagenheid. Ze maakt mee hoe onpersoonlijk het werk vaak is, mede door een gebrek aan communicatie met en tussen de betrokken zorgpartijen. Soms schrikt ze van de omstandigheden waarin ze haar cliënten aantreft, fysiek of emotioneel. Het logboek geeft een bijzondere inkijk in een parallelle wereld, waarvan mensen vaak geen weet hebben tot het moment dat zij zelf thuiszorg nodig hebben.

Beeld: Narges Mohammadi gefotografeerd door Marysia Swietlicka