Nederland is nu de absolute koploper als fietsland maar dat is niet altijd zo geweest. In de 19de eeuw liepen Groot-Brittannië, België en Duitsland op ons voor. De fiets maakt een valse start in Nederland. De eerste loopfietsen, die rond 1820 worden geïntroduceerd, zijn geen succes. De fietsen die vanaf 1870 hun intrede doen, met een groot voorwiel en een klein achterwiel, brengen hier geen verandering in. Fietsen is en blijft alleen een hobby onder de jeugd van rijke komaf. Dit verandert aan het begin van de 20ste eeuw, als de Algemene Nederlandsche Wielrijders-Bond (ANWB) de fiets in zijn reclames presenteert als een vervoersmiddel voor nette mensen.

In de Eerste Wereldoorlog vluchten ruim 1 miljoen Belgen naar Nederland. Ook brengen ongeveer 32.000 Belgische soldaten in Nederlandse interneringskampen hier de oorlog door. De Belgen organiseren wielerkoersen en zorgen daarmee voor een wielergekte in Nederland.

In de tentoonstelling ‘Op die fiets’ besteedt Museum Huis Doorn aandacht aan de opkomst van de fiets in Nederland. Aanleiding is de komst van de de Spaanse wielerronde ‘La Vuelta’ naar de Utrechtse Heuvelrug.

Beeld: Hermine met de fiets voor Huis Doorn