Zo bekend en toch vreemd. Bizar en aaibaar tegelijkertijd. Kunsthal Rotterdam presenteert de eerste grote solotentoonstelling van de Australische kunstenaar Patricia Piccinini (1965) in Nederland. Hybride wezens die een mix lijken van mens en orang-oetan, harige, kwetsbare schepsels die elkaar omarmen, een uitgestrekt veld waarin je kan dwalen tussen vlezige bloemen en gemuteerde mensenmannen die eieren uitbroeden. Op hyperrealistische wijze – met materialen als siliconen, glasvezel, nylon en menselijk haar – brengt Piccinini haar bijna levensechte sculpturen tot stand. Maar deze kunstenaar gaat beyond hyperrealisme.

Piccinini’s werken roepen naast verwarrende en tegenstrijdige reacties ook vragen op als: wat betekent het om mens te zijn? Zou ik kunnen zorgen voor een wezen dat niet op mij lijkt? Kunnen we uitstervende diersoorten vervangen door cyborgs? Piccinini creëert futuristische verhalen in een parallel universum waarin sciencefiction, natuurwetenschappen, ecologie en feminisme samenkomen. In haar zelfgecreëerde wereld gebruikt ze kunst en wetenschap om een voorstelling te kunnen maken van een gedeelde toekomst. De sculpturen van Piccinini laten je onmogelijk onberoerd.