Rustig, stampend, wachtend en dan weer in vastberaden pas – in de film Miles marchan (Thousands March) van de Argentijnse kunstenaar Sebastián Díaz Morales (1975) trekt een indrukwekkende stroom van duizenden benen in afwissende ritmes aan je voorbij. Jonge benen, oude benen, blote benen, in panty of spijkerbroek, op sandalen of sneakers. Benen die Díaz Morales filmde op stoeprandhoogte. Benen zonder gezicht, maar allemaal in beweging voor hetzelfde doel – al kom je nooit te weten wat dat is.

De protestmars als aanklacht en roep om verandering lijkt actueler dan ooit. Maar voor Díaz Morales, opgegroeid met het beeld van de Dwaze Moeders op het Plaza de Mayo in Buenos Aires, heeft zo’n mars ook een historische betekenis. Met Miles marchan (Thousands March) schept de kunstenaar nu een portret van een protestmars als eenheid. Een portret van een massa, van talloze individuen die tijdelijk samen als één wezen met één collectieve energie bewegen. Hij stelde het samen uit opnames van verschillende demonstraties waarin de focus dus niet ligt op het individu, op gezichten en leuzen, maar op de beweging van het geheel. Dat resulteerde in een even poëtisch als activistisch beeld dat het midden houdt tussen fictie en realiteit.

Dat gevoel wordt versterkt door de soundtrack, waarvoor de kunstenaar samenwerkte met de Zuid-Afrikaanse componist en geluidskunstenaar Philip Miller. Het geluid klinkt afwisselend abstract en realistisch, opzwepend en kalm en beweegt mee met het ritme van de massa die eeuwig lijkt door te lopen. Ondertussen neemt Morales geen stelling. Hij is vooral geïnteresseerd in het idee en de noodzaak van verandering. Juist door de massa als het ware te ontleden en opnieuw samen te stellen, schept hij een nieuw beeld van de werkelijkheid.