Van 16 mei t/m 31 mei is de tentoonstelling Snesie: Een portretserie van een gedeelde Surinaams-Chinese geschiedenis te zien in het Atrium Den Haag, georganiseerd door Carla Tjon (auteur, research) en Lidwien van de Ven (co-research, beeldontwerp en fotografie). De tentoonstelling vertelt de geschiedenis van de Chinees-Surinaamse gemeenschap in Nederland.

Afschaffing Slavernij
Tien jaar voordat de slavernij officieel werd afgeschaft in Suriname op 1 juli 1863, werden 18 Chinese contractarbeiders vanuit Nederlands-Indië vervoerd om de plantage-economie een nieuwe impuls te geven. Veertien van hen overleefden de tocht en het plantagewerk.

Vijf jaar later werden 500 Chinezen geronseld met bemiddeling van de Nederlandse consul in Macau in China. In het boek Wij slaven van Suriname beschreef de Surinaamse anti-koloniale schrijver en nationalist Anton de Kom hun aankomst in 1858:

“Toen bleek dat niemand deze arbeiders wilde inhuren zolang de al aanwezige slaven voor niets konden werken, werd hun contract gewijzigd door de gouverneur. En toen de Chinezen in verzet kwamen tegen hun slavenstatus, werden ze met rietslagen gestraft.”

Tijdens hun vijfjarige contracten slaagden enkele Chinese arbeiders er in zich één voor één vrij te kopen, waarna zij een handel konden opzetten. Dit kon dankzij een bekend en levendig spaar- en leensysteem uit hun geboorteland, later ook toegepast door Surinamers onder de naam kasmoni. Al snel vormden de winkels van omoe Snesie (Chinese oom) een herkenbaar onderdeel in het straatbeeld van Paramaribo in Suriname.

Hakka
Ook de sociale onrusten in China onder invloed van machtswisselingen, Westerse en Japanse bezettingen vanaf halverwege de 19e eeuw, kunnen niet los worden gezien van deze Chinese migratie. In het verzwakte keizerrijk forceerden Westerse handelaren opium het land in en bereikten christelijke missionarissen de afgelegen Hakka-dorpen in de zuidelijke provincie Guangdong. De Hakka, bekend onder de omringende bewoners als gastvolk, woonden hier al ruim twee eeuwen. Door de eeuwen heen leidden grote maatschappelijke verschuivingen tot hun migratie van Noord- naar Zuid-China, en uiteindelijk over de hele wereld, ook naar de koloniën in de West. Overal brachten Hakka hun tradities en cuisine mee, aangepast aan nieuwe omgevingen.

Zonder deze voorgeschiedenis kunnen we niet begrijpen hoe deze Chinese migranten in Suriname terecht zijn gekomen, of dat veel Surinamers Chinese familienamen dragen. De kinderen van de vroege Chinese migranten die in Suriname geboren werden, hadden immers moeders van creoolse afkomst, de afstammelingen van Europese of Afrikaanse afkomst uit de voormalige koloniën.

In deze serie portretten draagt elk individueel verhaal deze voorgeschiedenis. De afzonderlijke verhalen staan niet los van elkaar; ze delen dezelfde oorsprong van familieverwanten uit de Hakka-clans in zuidelijk China en vormen een samenhang van gedeelde geschiedenissen in het nu.