In de zomer van 2024 toont Huis Marseille nieuw werk van de Nederlandse fotograaf Awoiska van der Molen (Groningen, 1972). Later vooral bekend geworden door haar natuurfoto’s, fotografeerde Van der Molen vlak na haar afstuderen in 2003 juist de stedelijke omgeving. Nu, ruim twintig jaar later, toont ze ons opnieuw ingetogen zwart-witfoto’s van de bebouwde omgeving met daarin sporen van menselijke aanwezigheid. Deze keer zoomt ze in op verlichte vensters in de donkerte van de avond.

De contouren van deze nieuwe richting ontstaan geleidelijk rond 2015. ‘Toen ik ooit begon met het fotograferen van landschappen, stond er nog af en toe een huisje in het beeld. Destijds moest ik langzaam uit de bebouwing komen. Nu was het eigenlijk andersom.’ Komend vanuit de wildernis trekt ze naar kleine dorpen en kijkt uit op ramen waarachter zich levens afspelen.

Van der Molen stuit op de ramen tijdens een reis over de zuidelijke eilanden van Japan, waar kleine huizen met verschillende materialen en op ambachtelijke wijze worden gebouwd. De muren zijn hier dun vanwege het milde klimaat. Desondanks, valt haar op, is behalve het geluid van de televisie, van zachte kousenvoeten op holle vloeren of van gerommel uit de keuken, alleen de monotone airco te horen. Geen verhitte discussies, geen hard gelach, geen vrijgeluiden. Dit is het begin van vele tochten door Japan en van haar zoektocht naar waarom deze ramen haar zo intrigeren.

Van een afstand wordt de fotograaf het dagelijks leven dat zich achter de ramen afspeelt gewaar, zonder dat het zich werkelijk aan haar openbaart. De vensters onthullen interessante vlakverdelingen in zwart-wit-grijsnuances, maar dat schaduwspel legt tegelijk ook mysterie in de dingen, want het ondoorzichtige matglas van de ramen onttrekt de binnenwereld subtiel maar resoluut aan het oog.

De foto’s van Van der Molen eisen traagheid. Traagheid rondom het ontstaan van het beeld. Traagheid bij de materialisatie ervan. Traagheid bij het kijken ernaar. De gedempte wereld achter en rond de vensters wordt door Van der Molen vastgelegd tijdens haar stille bewegen door het donker.

Voor haar is de doka de plek waar zij haar beelden, weken nadat zij de ontspanknop heeft ingedrukt, opnieuw en langzaam tevoorschijn laat komen. Voor haar tentoonstelling in Huis Marseille kiest Van der Molen naast haar zo geroemde zilvergelatinedrukken voor een nieuw technisch procedé, speciaal voor de verlichte vensters. Voor het eerst gebruikt ze het negentiende-eeuwse, edele procedé van de kooldruk. Oorspronkelijk uitgevoerd met diep lampenzwart (verfpigment), is het nog steeds een van de meest houdbare druktechnieken. Vanwege het intense zwart, dat in een dunne reliëflaag op het papier ligt, past de techniek goed bij het schaduwspel dat in de foto’s zo belangrijk is. Omdat de kooldruk – een overdrachtstechniek – zo arbeidsintensief is, wordt deze nauwelijks meer beoefend. De verlichte vensters vragen echter om een geduldige blik die de tijd neemt om het beeld te laten bezinken, zowel bij de fotograaf als bij de beschouwer ervan.

Beeld: Awoiska van der Molen