In september 2022 presenteert de Amsterdamse kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae een openhartige tentoonstelling en publieksprogramma over haar oorlogsverleden onder de titel ‘U zult begrijpen dat … De keuzes van Arti et Amicitiae in en na WO2. ‘De tentoonstelling is een vertrekpunt voor een langer traject van onderzoek, waarin de vele vragen rond dit complexe verleden aan de orde zullen komen en er nieuwe uitingen zullen plaatsvinden.

Over ‘U zult begrijpen dat … De keuzes van Arti et Amicitiae in en na WO2.’

Op 22 september 1941 schreef de secretaris van Arti et Amicitiae een brief aan een van de Joodse leden. Met de woorden ‘U zult begrijpen dat’ werd de mededeling ingeleid dat hij niet meer welkom was op de ledenvergaderingen en ook niet meer mocht meedoen aan de tentoonstellingen. Dit kille beroep op het begrip van een Joods lid is kenmerkend voor de wijze waarop Arti et Amicitiae zich afkeerde van haar bedreigde leden. Een paar maanden later vroeg Arti et Amicitiae al haar leden een ariërverklaring te tekenen. De vereniging had zich vroegtijdig, met toestemming van de stemhebbende leden, ingeschreven bij de Kultuurkamer, want “niet toetreden zou noodlottig zijn.” Dat dit besluit noodlottige consequenties had voor een deel van de Artileden leek van ondergeschikt belang. Wie geen ariërverklaring kon of wilde ondertekenen, mocht geen lid meer zijn van de vereniging en ook niet meer vrij werkzaam zijn als kunstenaar. Vijftien Joodse kunstenaars werden uit de vereniging gezet of zegden hun lidmaatschap op. De meeste van hen werden, in de daarop volgende jaren, naar kampen gedeporteerd en vermoord.

In 1947 organiseerde Arti et Amicitiae de tentoonstelling ‘In Memoriam.’ Deze tentoonstelling toonde het werk van Maria Boas-Zélander, Max van Dam, Marianne Franken, Johan Gabriëlse, Salomon Garf, Hendrika van Gelder, Felix Hess, Baruch Lopes de Leão Laguna, Louis van der Noordaa, Marinus van Raalte en Mommie Schwarz. In de catalogus lezen we dat het een eerbetoon betrof “aan die leden onzer Maatschappij, die gedurende den j.l. wereldoorlog in Duitsche of Japansche handen op zoo jammerlijke wijze het leven lieten.” Geen woord over de eigen rol van Arti tijdens de oorlogsjaren.

Nu, ruim tachtig jaar na het uitsluiten van de Joodse kunstenaars, organiseert Arti opnieuw een tentoonstelling over haar oorlogsverleden. Dit keer wordt gereflecteerd op de keuzes die gemaakt zijn tijdens en vlak na de oorlogsjaren. In dezelfde zalen als toen is de tentoonstelling ‘In Memoriam’ vertaald naar het heden. Het is een eerste stap voor Arti et Amicitiae in een langer traject van kritisch op zichzelf reflecteren.