Behalve in Europa brak in 1914 ook in het Midden-Oosten de oorlog uit. Die regio werd grotendeels gedomineerd door het Osmaanse Rijk. Het regime van de Jong-Turken koos de zijde van Duitsland en behoorde in 1918 dus tot het verliezende kamp. Het Osmaanse Rijk viel uiteen, en de grenzen werden hertekend volgens de belangen van westerse grootmachten. Een Turks-nationale beweging onder leiding van Mustafa Kemal Atatürk verzette zich daartegen en streed tot 1923 verder voor een onafhankelijk Turkije. Elders werden nieuwe staten zoals Syrië, Irak en Trans-Jordanië afgebakend en onder Frans of Brits mandaat gezet. Het ongenoegen daarover dreef verschillende lokale gemeenschappen tot conflicten die in lengte van jaren verder bleven en blijven smeulen en opflakkeren. De Israëlisch-Palestijnse kwestie, de problemen tussen Turkije en Armenië, of het lot van de Koerden: wie de huidige gevoeligheden en machtsverhoudingen in het Midden-Oosten beter wil begrijpen, moet terugkeren naar hun oorsprong in oorlogstijd. Beeld: website In Flanders Fields Museum